Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
124,
onze gewaarwording, terstond op het gebied der waarneming, dat
wil zeggen op dat van het denkvermogen over. De eenige uitdruk-
kingen voor nog onontlede gewaarwordingen, die de taal bezit,
zijn de tusschenwerpsels van gevoel: ai, au, ach, och, o, he,
ei, helaas enz. Zoodra men echter den zin van zulk een tus-
schenwerpsel ontleedt, verkrijgt men eene uitdrukking van het
henvermogen. Vraagt ons b. v. iemand na eenen uitroep als ail
of au.' wat ons deert, en zeggen wij: Be wond doet mij meer
pijn — of steeht mij — of: Ih gevoel erge pijn, dan bezigen
wij blijkbaar uitdrukkingen, die tot het denkvermogen zijn te
brengen, niettegenstaande zij denzelfden zin hebben als de tus-
werpsels van gevoel. Alle uitroepen, al bestaan zij uit slechts
één woord, welke als deelen van onvolkomen uitgedrukte zin-
nen moeten beschouwd worden, en dus bewijzen, dat ons gevoel
of onze begeerte in klare voorstellingen is opgelost, behooren
niet meer tot de gevoelsuitingen. Zoo zijn: Brand! Moord!
Verraad! blijkbaar verkortingen van de oordeelen: w
Hier geschiedt een moord! Hier heeft verraad plaats! Dat de
schrik ons verhindert, of de angst ons den tijd niet gunt om
deze zinnen geheel uit te spreken, verandert de natuur der uit-
drukkingen in geenen deele. Zij zijn en blijven uitkomsten van
behoorlijk ten einde gebrachte waarnemingen, en zijn dus uit-
drukkingen van het denkvermogen. Daarentegen behooren : Help!
help! Gaauw! gaauw! Hier! Binnen! Voorzichtig ! Stil! Hou
op! Zacht wat! Toe maar!, als imperatieven of verkortingen
van imperatieve of optatieve zinnen, tot de uitingen van den
wil, onverschillig, of zij tevens van schrik of angst, vm blijd-
schap of verwondering, of van welk ander gevoel ook, getuige-
nis geven.
Deze zienswijze moge sommigen bevreemden, zij is, gelooven
wij, de eenige ware; een andere maatstaf van beoordeeling geeft —
wij zagen het boven — de schromelijkste verwarring, en leidt
tot tallooze tegenstrijdigheden. Om evenwel den lezer te too-