Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
114,
omdat de zin alleen tot den aangesprokene wordt gericht. Uit-
drukkingen, als: Hij home. Laat hij homen. Bat zij komen,
behooren niet tot de Gebiedende wijs. Daarentegen heeft de
Imperativus wel eenen eersten persoon van het meervoud:
Gaan wij. Zien wij, wat volgt, dewijl wij dan eigentlijk
den tweeden of aangesproken persoon aanduidt, bij welken de
spreker zich zeiven voegt of rekent.
De verhouding van den spreker tot den aangesprokene maakt
den imperatieven zin bf tot een verzoeh bf tot een bevel.
Wanneer de spreker de meerdere is, en slechts verlangt waartoe
hij recht heeft, dan neemt de zin het karakter van een bevel
of gebod aan•. Let op. Ga naar den winkelier, en haal enz.
Is de aangesprokene echter hooger in rang dan de spreker, of staat
hij met hem gelijk, of is het verlangde eene gunst, dan is de zin
verzoekend, biddend of smeekend: Vergun mij u te doen op-
merken. Heb medelijden met mij. Ontferm U onzer. Hieruit
volgt, dat de benaming Imperativus of Gebiedende ^rt}'« slechts
in bijzondere gevallen volkomen gepast is, en niet te naauw op-
gevat moet worden.
Niet altijd drukt de impèratieve zin juist een verlangen
van den spreker uit, hij kan ook slechts een voorschrift of eene
raadgeving bevatten, ja zelfs eene bloote toelating van iets, dat hij
volstrekt niet wenscht, maar waartegen hij zich niet of niet
langer wil verzetten, b. v.: n Neem aluin, los dien op enz.
Ga liever zelf naar hem toe. Boe, wat gij wilt, ik zal er
mij niet meer om bekommeren. Ofschoon bij zulke zinnen de
begeerte van den spreker om zijne gedachte verwezentlijkt te
zien volstrekt ontbreekt, zoo komen zij met de streng impera-
tieve zinnen toch daarin overeen, dat zij nog niet met de wer-
kelijkheid overeenkomen en uitgesproken worden om ze te
veroorzaken.
Alle zinnen in den Optativus hebben dit gemeen, dat zij niet