Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
92,
//door iets, dat plaats heeft, wordt uitgesproken als iets, A?iiniet
n werkelijk in de werkelijkheid plaats heeft, of afgeloopen of
//te verwachten is, maar als zoodanig alleen maar gedacht en
»voor den geest gesteld wordtr Beide wijzen hebben
dus volgens Schrijver dit met elkander gemeen, dat zij iets
uitdrukken » dat plaats heeft", wat derhalve werkelijk is of ge-
schiedt; en zij verschillen daarin, dat de Indicativus dit wer-
kelijke voorstelt als werkelijk plaats hebbende, gehad heb-
bende of zullende hebben; de Cogitativus als niet werkelijk
plaats hebbende, gehad hebbende of zullende hebben. Yolgens
deze bepaling zou de Cogitativus de modus of uitdrukkings-
wijze der leugenaars en bedriegers zijn, die iets, dat waarlijk
is of gebeurd is, als niet zijnde of niet gebeurd voorstellen.
Ook komt zij volstrekt niet overeen met de meeste voorbeelden
van cogitatieven, door den heer eoorda aangevoerd. Zoo vinden
wij op blz. 24 als voorbeelden van cogitatieve praesentia opge-
geven: »Indien ik kon, dan vertrok ik morgen. Was ik
»meester, dan gebeurde het niet. Ik heef, alsof ik de koorts
»had"; als voorbeelden van cogitatieve perfecta: //Ik hen zoo
moe, alsof ik drie uur geloopen had. Indien ik het gew e-
»ten had, dan was ik meêgegaari''; en op blz. 25 als
voorbeelden van cogitatieve futura: »Ik zou hem wel schrij'
»ven, m.aar ik heb geen tijd. Die daarop vertrouwde,
»zou zich bedrogen vinden" Al deze voorbeelden bevatten
voorstellingen van iets, dat niet plaats heeft, noch had , noch zal
hebben. Niets zou dus natuurlijker zijn, dan dat men hier aan
eene drukfout dacht, en las: //de Cogitatief is een wijze van
//uitdrukking, waardoor iets, dat [niet] plaats heeft, wordt
//uitgesproken als iets, dat niet werkelijk in de werkelijk-
»heid plaats heeft, of afgeloopen, of te verwachten is"; maar
hiermede is de zaak nog niet gered. Ook zoo beschouwd, is en
blijft de Cogitativus leugenachtig, want hij is volgens den heer
eooeda, blz. 24, tevens de uitdrukkingswijze voor »verledene, al-