Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
88,
zal in het gegevene geval waarschijnlijk hierop neerkomen: Gij
moet mij niet kwalijk nemen, dat ik het u niet zeg; ik kan
het u niet zeggen, omdat ik het niet weet. Het is geenszins
om er voor u een geheim van te maken, want, indien ik het
wist, zou ik het u zeggen. Wanneer men zegt: Indien gij hem
niet ondersteund hadt, zou hij van gebrek omgekomen zijn,
dan spreekt men van niet ondersteunen en van omkomen, of-
schoon de eene wel ondersteuning gegeven heeft en de andere
niet omgekomen is. De gevolgtrekking zal naar gelang der
omstandigheden eene der volgende zijn: De man moet zijne
zaken deerlijk verwaarloosd hebben; of: De man is wel diep on-
gelukkig ; of: De man is u grooten dank verschuldigd; of: Gij
zijt wel edelmoedig geweest, of: Gij moet wel zelfvoldoening
gevoelen; want, indien gij hem niet ondersteund had, zou
hij van gebrek omgekomen zijn.
De gewichtigste diensten bewijst de willekeurige voorstelling
van hetgeen in de werkelijkheid niet is, bij de zoogenoemde
bewijsvoering uit het ongerijmde. Wil men b. v. betoogen, dat
in eenen driehoek over eene grootere zijde ook een grooter hoek
staat, dan redeneert men in den cogitativus aldus: Indien
de bedoelde hoek niet grooter loas, dan zou hij bf
gelijk aan, bf kleiner dan de andere hoek moeten
zijn. Gelijk aan dezen kan hij niet zijn, want dan zouden
de zijden ook gelijk moeten wezen enz.
Het onderscheid tusschen den Indicativus en den Cogitativus
valt wel het sterkst in het oog in zinnen na 'alsof: Hij wag-
gelt, alsof hij dronken is, en: Hij waggelt, alsof hij dronken
was of ware. In het eerste geval houdt men het voor moge-
lijk, dat hij werkelijk dronken is; in het tweede meent men
te weten, dat hij het niet is.
De Cogitativus komt niet alleen in oordeelen voor, ook in
vragen, die men doet, niet om onmiddellijk door het antwoord
zijne kennis te vermeerderen — in dit geval bezigt men, gelijk