Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'97
ofschoon er maar acht of tien algemeen bekende metalen
zijn, bedraagt het geheele aantal toch niet minder dan twee
en vijftig. De metalen onderscheiden zich van de andere
grondstoffen door een* eigenaardigen glans, die vooral goed
zigtbaar is, als hunne oppervlakte behoorlijk gepolijst is;
alle zijn, met uitzondering van het kwikzilver, bij de
gewone temperatuur vaste ligchamen, maar alle kunnen
ook bij vermeerderde warmte vloeibaar worden. Sommige
gaan zelfs bij hoogen warmtegraad in dampvorm over. De
warmte, die er noodig is om ze te doen smelten, is
echter voor de verschillende metalen zeer onderscheiden;
terwijl tin reeds bij 280« C. smelt, heeft lood 330 , koper
1160, zilver 1000 , ja ijzer zelfs minstens 1500° warmte
noodig. Terwijl eenige, zoo als het g'oud, zilver en platina,
aan de lucht blootgesteld, onveranderd blijven en uit dien
hoofde edele metalen heeten, worden de meeste aan
hunne oppervlakte geoxydeerd, dat is een gedeelte van het
metaal verbindt zich met zuurstof tot een meiaal-oxyde.
Zoo ontstaat op het ijzer in de lucht, vooral in vochtige
lucht, het geelbruin ijzerroest. Zoo vormt zich, vooral
bij de aanwezigheid van zure stoften, het kopergroen op
het koper, en op het tin, lood en zink een ligter of don-
kerder gekleurd graauw huidje, dat den eigenaardigen
glans dezer metalen voor ons oog verbergt.
De digtheid , kenbaar aan het soortelijk gewigt, is bij de
verschillende metalen zeer onderscheiden; terwijl een kubiek-
palm platina ongeveer 21 pond weegt, bedraagt het gewigt
van eene even groote'hoeveelheid goud ongeveer 19, lood
11, zilver 10, koper 9, ijzer 8, tin en^ zink 7 pond.
Doch de digtheid, en- dus ook het soortelijk gewigt van
een en hetzelfde metaal, wordt zeer gewijzigd door de ver-
schillende bewerkingen, die het ondergaan heeft. Door slaan
met den hamer toch kan men de deeltjes, waaruit een stuk
metaal bestaat, digter bij elkander brengen, waardoor het
soortelijk gewigt grooter wordt. Zoo is het soortelijk ge-
wigt van gegoten ijzer 7.2, maar van het gesmede 7.8
pond.
De meeste metalen kunnen
met elkander vereenigen , waar(]|
die men in het algemeen alloc