Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'92
worden afgesneden. Dit noemt men scheren , en rerrigt het
of met groote scharen uit de hand of door een' draaijenden
cilinder, op welks oppervlakte scherpe messen spiraalswijze
bevestigd zijn, die als scharen inwerken tegen een regt mes,
dat digt onder den cilinder en op de oppervlakte van het
laken ligt. Om het den vereischten glans te geven, werd
het in vroeger tijd met tusschengelegde bladen van zeer
glad, dun, maar hard bordpapier sterk geperst. Tegenwoor-
dig wordt het echter algemeen gedecatiseerd of gedecateerd,
hetwelk daarin bestaat, dat het met heete waterdampen door-
trokken en dan geperst wordt; het verkrijgt daardoor een'
glans , die het vocht tamelijk goed wederstaat.
Behalve de gewone lakens vervaardigt men nog uit scheer-
of krimpwol het zoogenoemde Friesch, dat, uit grove wol
geweven , weinig gevold en niet geschoren wordt , baai en
flanel, dat digter geweven , maar ook zwak gevold en niet
geschoren wordt. Verder noemen wij nog het molton ,
dikwijls gekeperd, ligt gevold en slechts weinig geschoren,
en het kazemier, uit fijne wol geweven, gekeperd en wei-
nig opgewerkt.
KAMWOL.
Tot het regt leggen der haren van de kamwol gebruikt
men geen kaarden, maar kammen, die van hout vervaar-
digd zijn en de gedaante eener T hebben. Op het dwarshout
staan twee rijen, spits toeloopende stalen tanden , waarvan
die f welke in de voorste rij staan, eene lengte van drie
palm hebben, terwijl die van de tweede rij, tegenover de
openingen tusschen de tanden der eerste rij geplaatst, iets
korter zijn. Men werkt altijd met twee kammen te gelijk
en wel zoo, dat de arbeider eene handvol wol, die hij met
olijfolie bevochtigd heeft, voorzigtig van den eenen kam in
den anderen _ overkamt, terwijl hij de kammen zeiven van
tijd tot tijd op eene kleine kagchel verwarmt.
Ket spinnen der wol geschiedt soms op het spinnewiel, in
zoo verre zij dienen moet als saaijet tot het breijen van