Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'91
zelfde is het geval met het v?even ; de ligging der draden
toch is geheel dezelfde, alleen moet het weefgetouw voor
laken veel breeder zijn, omdat de breedte van het laken bij
het vollen de helft minder wordt. Intusschen moet men
bij het spinnen zorgen , dat de draaijing der vezels voor
den ketting en den inslag niet in dezelfde rigting plaats
heeft , daar anders het laken niet naar behooren gevold kan
worden. Het weefsel heeft nu geheel het voorkomen van
grof linnen, daar al de draden duidelijk zigtbaar zijn en
geheel op zich zeiven liggen; het vollen moet dienen om
de vervilting der haren te bewerken en daardoor het weef-
sel onziglbaar te maken. Yóór men echter tot het vollen
overgaat, wordt het laken door middel van het nopijzer, eene
soort van kleine tang, genopt, dat is van uitstekende draad-
einden , knoopcn en andere oneffenheden gezuiverd. Het
vollen geschiedt op volmolens; in die, welke uit vroeger tijd
afkomstig zijn , heeft men houten hamers, die , door een
duimrad opgeheven, bij hun nederdalen het laken beuken,
dat zich onder water bevindt, waarin zeep , rottende urine
en vollersaarde bevat is. De voUersaarde is eene soort van
leem, dat veel vet inzuigt, terwijl de urine door de am-
monia , die ze bevat, als zeep werkt. In de nieuwer vol-
molens heeft men geen stampers of hamers , maar rollen ,
die het laken kneden en door naauwe openingen trekken.
Door het vollen zijn de draden geheel in elkander ge-
werkt, en het laken is zoowel in de lengte als in de breedte
gekrompen. Het wordt nu op een raam gespannen en in.
de lucht gedroogd of geraamd , zoo als men het noemt,
eene benaming , die in vele steden in den naam van poor-
ten , grachten en straten nog voortleeft en aan lakenweve-
rijen herinnert. Vervolgens wordt het in de haren gewerkt,
dat is de haartjes der gevilte oppervlakte worden aan de
eene zijde van het laken losgemaakt. Dit geschiedde vroe-
ger algemeen door middel van de bloemhoofdjes der we-
verskaardebol, eene soort van distel, waarvan het omwind-
sel schutblaadjes heeft, die -van scherpe haakjes voorzien
zijn. Tegenwoordig bezigt men ook veel zoogenoemde ruw-
kaarden, die uit metaaldraden vervaardigd zijn. Nadat
door middel van borstels de nu losgemaakte haartjes in
ééne rigting zijn vlakgelegd, moeten deze op gelijke lengto