Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'90
schaap en van daarmee verwante veredelde rassen. De
lange wol is drie tot vijf palm lang, weinig of niet gekruld
en grover dan de vorige; zij komt van schapen, die in
vlakke landen worden aangekweekt en waarvan de engel-
sche langharige de beste zijn.
Naar het gebruik, dat men er van maakt, noemt mende
eerste scheerwol of krimpwol, de laatste kamwol. De kort-
harige kroeze wol toch heeft ook na het spinnen en weven
eene groote neiging om te vervilten, dat is de uileinden
der haartjes krullen ligt in elkander en vormen zoo eene
soort van vilt, waardoor , zoo als in het laken , de draden
van het weefsel onzigtbaar worden. Zij is dus dienstig
voor zulke stoffen, die na het weven geschoren worden,
terwijl men de langharige wol, die niet vilt of krimpt, tot
•gladde weefsels gebniikt, tn de uitstekende haartjes glad kamt.
Verder onderscheidt men nog lamswol, die week en kort
is , en doode wol van gestorven dieren afkomstig en minder
deugdzaam, daar zij slecht verwaanneemt. Daarenboven heeft
men looijerswol, die van de huiden komt, die gelooid moeten
worden en hard en \vreed is.
Uit het voorgaande blijkt , dat men tweederlei soort van
geweven stoffen onderscheiden moet , nl. zulke, die eene
viltachtige oppervlakte hebben, zoo als het laken, en zulke,
•waarbij die viltachtige oppervlakte ontbreekt , zoo als het
baai , flanel, merinos en dergelijke. De eerste wordt van
scheer- of krimpwol, de laatste van kamwol vervaardigd.
De wol wordt meestal vóór het scheren, en dus op het
■dier, gewasschen, om ze daardoor, althans eenigzins, van vet,
zweet en onzuiverheden te reinigen, die niet zelden de
helft van het gewigt der wol bedragen. Later, vóór men
ze begint te bewerken , wordt ze nogmaals , en nu in heet
water , waarin potaseh of zeep opgelost is , geweekt , dan
met schoon water uitgespoeld en gedroogd. Zij moet nu
losgeplozen worden, maar wordt eerst geolied , ten einde de
neiging der haren om zich te vereenigen eenigzins tegen te
gaan. Men besprenkelt ze namelijk met olie, en gebruikt
daarvan tien tot twintig pond op honderd pond wol. Ver-
volgens wordt de wol tot draden gesponnen, dat bij de
scheerwol meestal fabriekmatig geschiedt , en in vele op-
Bigten met het spinnen der boomwol overeenkomt. Het-