Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'88
KATOEN.
Van veel jonger tijd dan van het vlas dagteekent het gebruik
van het katoen, en toch wordt tegenwoordig het laatste veel
meer aangewend dan het eerste. Het katoen komt van ver-
schillende soorten van planten, waarvan sommige kruidach-
tig , andere heesterachtig zijn en nog andere tot boomen
opgroeijen , die dikwijls zes el hoog worden. Al die soor-
ten behooren echter tot hetzelfde geslacht , en komen dus
in de vorming harer bloemen overeen , welke even als die
der malva zijn zamengesteld. De vrucht is bij allen eene
drie of vijfliokkige zaaddoos, zoo groot als eene walnoot of
nog grooter. In elk hokje vindt men verscheiden donker
gekleurde zaden, die zoo groot als eene erwt zijn en door
lange witte haren omgeven worden, welke laatsten de eigen-
lijke boomwol zijn. Om dit zaadpluis te verkrijgen, wordt
de katoenplant in verbazende hoeveelheid in de heete ge-
westen der aarde, vooral van Amerika, aangekweekt.
Als de vruchten rijp geworden en open gesprongen zijn,
wordt het uitpuilend zaadpluis met de zaden er uitgeno-
men, en beide van elkander gescheiden; dit laatste ge-
schiedt met een werktuig, waarin metalen of houten rollen
bij hare omdraaijing de katoenvezels voorttrekken , maar de
zaden niet doorlaten. De zaden dienen tot veevoeder ,
maar bevatten ook eenige olie, die men er soms uitperst, ,
terwijl het katoen, in groote balen vast ineen gepakt, naar
Europa en vooral naar Liverpool verzonden wordt.
Geschiedt de bewerking van het vlas tot linnen veelal in
het klein en uit de hand, het katoen wordt nagenoeg uit-
sluitend op machines bearbeid, die bijna zonder uitzonde-
ring door stoom bewogen worden, en waarvan er vele ver-
schillende noodig zijn, die ieder voor zich iets toebrengen.
om het zaadpluis der katoenplant van lieverlede eerst tot
draden, later tot geweven stoffen te verwerken. Het eerste
werktuig, wolf of duivel genoemd, dient om de vastge-
stampte boomwol los te maken en van stof, zand , blad-
overblijfselen en andere onzuiverheden te bevrijden. Het
voornaamste deel dezer machine is eene ronde trommel, die
vier of vijfhonderd maal per minuut rondwentelt en met lange
ijzeren tanden bezet is,die langs andere vaststaande tanden