Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
zijde der kast, en dus voor de draaijende borden, naar be-
neden De wind speelt er dus door heen, en waait alles,
wat ligter is dan liet koren, weg; het zwaardere koren wordt
door den wind slechts weinig voortgestuwd, en wel te min-
der , naarmate de korrels zwaarder zijn. De ligte, ledige
korrels, die niet volgroeid zijn, vallen dus niet ver van het
kaf; de volle korrels vallen onder in den molen, terwijl de nog
zwaardere steentjes en het zand bijna loodregt nederkomen.
MALEN.
Is het koren alzoo schoongemaakt, dan is het gereed
om verkocht te worden. Het komt dus in handen van den
korenkooper of den bakker. Het kan nu jaren lang bewaard
en overal heen gezonden worden. Wil men het bewaren,
dan is het noodzakelijk het vooral in den beginne dikwijls
te verschieten. Dit bestaat daarin, dat men het graan met
houten schoppen van het eene gedeelte van den korenzolder
naar het andere werpt. Men verrigt zulks vooral op heldere,
drooge dagen , zet dan de vensters open , en werpt bij het
verschieten het koren in de hoogte, zoodat het stof er afstuift.
Zal de bakker van deze tarwe of rogge brood bakken,
dan moeten de korrels eerst tot meel gemalen worden ; dit
doet de molenaar op zijn' molen. De molens worden /door
stoom, wind of stroomend water bewogen. Stoommolens
heeft men nog niet veel; de meeste molens worden door den.
wind bewogen. Waar men beken of rivieren vindt, die ge-
noegzaam verval van water hebben, kan men van watermo-
lens gebruik maken. Het eigenlijke malen geschiedt tus-
schen twee ronde steenen. De onderste ligt vast en heet
daarom legger ; de bovenste daarentegen, looper genoemd ,
is in het midden doorboord en aan eene regtopstaande as
of spil bevestigd, die door het molenwerk rondgedraaid wordt,
en dus den looper mede rondvoert. De as loopt ook door
den ondersten steen heen , en draait dan in eene metalen
holligheid of potje. Door deze inrigting is het mogelijk de
beide steenen digter bij elkander te brengen of ze verder
van elkander te verwijderen,