Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'86
daar het genoemde gas zoo ligt niet alleen de kleurstof,
maar ook de vezel aantast en vernielt, en dus het goed
onsterk maakt. Het linnen wordt eenige uren in chloor-
water gelegd of in water, waarin chloorkalk is opgelost,
daarna uitgespoeld en in zeer verdund zwavelzuur gelegd,
om ook de laatste sporen van chloor te verwijderen en dan
nogmaals met water uitgespoeld.
Meestal wordt daarna het linnen nog opgemaakt; men
haalt het daartoe door eene dunne stijfselpap, die met een
weinig vet of was en eene kleine hoeveelheid blaauwsel ver-
mengd is ; de beide eersten moeten de hardheid verminde-
ren , die het stijfsel aan het linnen geeft , het blaauwsel de
helderheid der kleur verhoogen. Het gladmaken geschiedt
of door een' grooten mangel of door het doek tusschen
metalen rollen te doen doorgaan, die door stoom of door
gloeijende bouten verhit wordtn.
Ook het naaigaren wordt van vlas vervaardigd. Nimmer
echter spint men de draden tot de dikte van het garen,
maar vervaardigt dit laatste altijd door twee of meer ge-
sponnen draden te zamen te draaijen, omdat men daar-
door een' sterkeren en ook een' fraaijeren draad verkrijgt.
Immers de gesponnen draad is nooit overal zuiver even
dik; door nu twee of meer draden te vereenigen, vullen
dikkere en dunnere draden elkander aan, en het geheel
irijgt eene meer gelijkmatige dikte. Het zamendraaijen, dat
men twijnen of tweernen noemt, geschiedt altijd in eene
rigting , tegengesteld aan die , welke de vezels bij het spin-
nen verkregen hebben, en ook dit verhoogt de vastheid van
het garen. Zelfs tweernt men dikwijls op gezegde wijze
eerst twee draden tot één , en vereenigt dan twee of drie
alzoo getweernde draden tot een' enkelen, en nu in de
zelfde rigting van de gesponnen vezels.
Het tweernen geschiedt of in het klein op een' tweern-
haspel , waarbij niet meer dan één getweernde draad te
gelijk ontstaat of op een' tweernmolen, waarbij een groot
aantal draden te gelijk bewerkt worden, en die of door
Bienschenkracht of in grootere fabrieken door stoom wordt