Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'85
lengte ketting van den seheerboom afgewonden, waarop het
werk op nieuw begint.
Bij gekeperde weefsels gaat de inslag telkens onder
twee , drie , vier of meer kettingdraden en dan boven een'
enkelen. Daardoor komt op de bovenzijde , die dan ook
de regter zijde genoemd wordt, de kettingdraad meer bloot,
terwijl de onbedekte inslag in schuine rijen over het weef-
sel loopt, hetwelk aan het geheel een fraaijer voorkomen
geeft. Men noemt de keper twee, drie , vier of meerdra-
dig ofbindig, naarmate eerst de derde, vierde, enz. ket-
tingdraad door den inslag wordt bedekt. Om het te ver-
vaardigen, worden drie, vier of meer schachten en treden
vereischt , die men evenzeer noodig heeft bij tafelgoed,
dat van kleine figuren voorzien is, die zich dikwijls herha-
len. Zijn de figuren echter groot , dan bezigt men kunstig
ingerigte weefgetouwen, waarover wij later nog wel eens
spreken.
Het pas geweven linnen heeft eene graauwe en onooge-
lijke kleur. Om wit linnen te verkrijgen, moet het gebleekt
worden. Eerst verwijdert men de pap , waarmede de ket-
ting gesterkt is , door het weefsel eenige dagen in warm
water te leggen, waarin het eene soort van gisting onder-
gaat, die de pap ontleedt en maakt, dat zij door wasschen
verwijderd kan worden; dikwijls gebruikt men echter kalk-
melk of soda.
Bij het bleeken onderscheidt men de luchtbleek en de
kunstbleek. Voor de eerste wordt het linnen , na met eene
potasch- of zeepoplossing doortrokken te zijn , op het veld
uitgespreid en gedurende eenige weken onder gedurige be-
vochtiging aan den invloed der lucht en van het zonnelicht
blootgesteld. '
Wat bij de luchtbleek de zuurstof van den damp-
kring door oxydatie te weeg brengt, dat is de kleur-
stoffen vernietigen, doet bij de kunstbleek de chloor. De
chloor zelve is een geelgroen gas, dat door zijne beseerfe
naar waterstof deze aan de kleurstoffen ontneemt en ze alzoo
vernietigt. Het gas zelf wordt echter zelden aangewend,
meer eene oplossing er van in water of eene verbinding
met kalk. Men doet dit, omdat men bij het chloorwater
en den chloorkalk de werking beter in zijne magt heeft.