Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'80
geen geweld geschieden , want men wil er dien aan lange
draden af hebben.
Om nu den bast los van den sténgel te maken, legt
men het vlas eenigen tijd in het water. Bij deze bewer-
king , die men het rotten of rooten van het vlas noemt,
heeft de hoedanigheid van het water, dat men er toe ge-
bruikt, grooten invloed op de deugd van het vlas. Niet
alle streken hebben daartoe goed water in de slooten. Daar-
door komt het, dat de vlasboeren het vlas dikwijls vervoe-
ren van de plaats, waar het gegroeid is, naar eene andere,
die beter water heeft.
Het vlas , in slooten gelegd en met steenen, aarde of
graszoden bedekt om het onder te houden, blijft gewoon-
lijk acht tot veertien dagen in het water. In dien tijd on-
dergaat het eene soort van gisting, die het begin van eene
geheele verrotting zou worden , indien zij niet bij tijds ge-
stuit werd.
Er ontwikkelen zich onaangenaam riekende luchtsoorten,
die als belletjes aan de oppervlakte van het water komen ;
de dradige bast wordt los, zoodat men dien gemakkelijk met
den vinger in lange draden of strooken van den stengel
scheiden kan ; deze laatste is nu zoo murw geworden, dat
hij gemakkelijk breekt. Thans moet het vlas uit het water
genomen worden, want bleef het er langer in, het zou we-
zenlijk beginnen te verrotten, de vezelige bast zou minder
sterk worden en eene donkere kleur verkrijgen, die later
niet meer was weg te nemen, en die het vlas zeer in waarde
zou doen dalen. ,
Echter wordt het vlas niet altijd zoo in het water geroot. Er
zijn vlasboeren, die het uitgetrokken vlas zeer dunnetjes op
weilanden, stoppelland of heidegronden uitspreiden en het dan
van lijd tot tijd omkeeren, opdat het door afwisseling van
vocht en droogte, van regen, dauw en zonneschijn de verlangde
ontbinding onderga. Men heeft alzoo minder se vaar, dat
het vlas te veel aangetast zal worden, maar het werk duurt
ook veel langer , somtijds wel vijf of zes weken. Dit hangt
natuurlijk veel af van de gesteldheid van het weder ; is dit
bestendig fraai, dan vordert men weinig, terwijl bij onbe-
stendig weder het werk zeer bespoedigd wordt.
Gij ziet dus dat beide manieren van bewerken hare