Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
het stroo scheiden; maar ze zija hier nog niet zooveel in
gebruik als in Engeland en Noord-Amerika, waar de landr
bouw meer in het groot gedreven wordt.
Zijn al de korrels zoo uit de aren losgeslagen, dan wordt
het ledige stroo opgenomen, uitgeschud en in bossen ge-
bonden, om tot verschillende oogmerken gebruikt te wor-
den. Zoo bezigt men het in de stallen tot strooisel voor het
vee, om het later als mest over het land te brengen Met
stroo dekt men ook in sommige streken de boerenwoningen ,
terwijl men dat in andere gewesten met riet doet. Met stroo
vult men tevens matrassen , of legt het in de bedsteden.
De korrels, die men alzoo verkregen heeft, zijn nog met
blaadjes en stukjes van aren , stof en andere onreinhedt n
vermengd. Dit onzuivere, dat voor het grootste deel
zeer ligt is, noemt men kaf. Om het van het koren af te
scheiden, wordt dit soms met schoppen in de hoogte ge-
worpen , zoodat de wind de ligte deelen wegvoert; maar
meestal wordt het' gewand. Het wannen geschiedt op twee-
derlei wijze, of uit de hand met de wan, of met den stof-
of wan-molen.
De wan is eene soort van platte mand, die digt genoeg in
elkander gewerkt is, dat er geen koren door kan. Zij
heeft twee ooren of handvatsels , en aan den eenen kaut, die
voor het lijf gehouden wordt, een' behoorlijken rand, maar
die naar voren toe allengs lager wordt, zoodat de mand
daar geheel vlak is. In zulk eene wan wordt het koren
geschud, in de hoogte geworpen en weer opgevangen, waar-
door het ligtere kaf wegstuift, terwijl het zand en de steen-
tjes voor van de mand afvallen.
De stofmolen bestaat uit eene houten kast, waarin eene
spil draaijen kan; deze wordt door eene kruk, die buiten
de kast uitsteekt, rondbewogen. Aan de spil bevinden zich
vier houten borden, die door hun snel omdraaijen vrij wat
wind veroorzaken. De wind moet het kaf doen versluiven.
Tot dat einde wordt het koren in een" bak geschept , die
zich boven de kast bevindt. Uit dezen bak, die steeds
in eene schommelende beweging gehouden wordt, komt het
koren geregeld te voorschijn door eene sleuf, die naar welge-
vallen wijder of naauwer gemaakt kan worden, glijdt langs
een schuin plankje een eind voort, valt dan voor de opene