Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'77
niet zeer vormbaar is. Indien men deze klei verwerkte,
zonder er iets bij te voegen, zou men eene witte, poreuse
massa verkrijgen, even als het fijne, witte aardewerk, maar
geen porcelein. Men vermengt het daarom met zeer fijn
gemaakte veldspaat of het gesteente , waaruit de klei door
verwering ontstaan is. Deze bevat nog potaseh of soda ge-
noeg om eenigzins smeltbaar te zijn , waardoor bij het bran-
den eene soort van glas ontstaat, dat de poriën vult.
Om de kneedbaarheid te verhoogen , vormt men van het
vochtige mengsel ballen, die men jaren lang Iaat liggen,
zelfs in China wel eens gedurende veertig, ja soms honderd
jaar. Eigenlijk verglaasd worden de porceleinen voorwerpen
niet. Ora ze eene gladde oppervlakte te verschaffen, be-
strijkt men ze evenwel met eene brij , die uit zeer fijn ge-
malen zand, gips, porcelein-seherven en water bestaat. Deze
brij komt dus in zamenstelling zoo zeer met de massa der
voorwerpen overeen, dat zij er zich geheel mede vereenigt ,
zoodac dit verglaas geen bersten krijgt of er afspringt, ge-
lijk bij het gemeenere aardewerk zoo dikwijls gebeurt.
Het branden geschiedt in den porcelein-oven, die uit ver-
schillende afdeelirgen bestaat. Eerst komen de voorwerpen
op eene plaats, waar de hitte nog niet zoo groot is dat zij
week worden. Zij wordener poreus, en daardoor geschikt om
het glazuur op te nemen. Zijn zij daarvan voorzien, zoo ko-
men zij in eene andere afdeeling van den oven, waar zij aan
de hevigste gloeihitte zijn blootgesteld. Hier smelt de bijge-
mengde veldspaat, vult de poriën en maakt van het geheel
eene zamengebakken, half glasachtige massa. De voorwerpen
worden ook hier in kokers geplaatst, waarin zij ondersteund
moeten worden, omdat zij in de hitte zoo week worden dat
zij, althans gedeeltelijk , in elkander zouden zakken.
HET VLAS.
Onder de stoffen , waaruit zich de mensch kleedingstuk-
ken vervaardigt, bekleedt het linnen eene eerste plaats.
Het linnen, voorheen me«r dan thans ook lijnwaad g«aaamd,