Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
7-4
daar dit door de poriën dringt. Men denke slechts aan de
bloempotten. Waarom zou men die niet verglazen? Reeds
eenigzins glasachtig zijn de waterkruiken, en sommig keulsch
aardewerk. De breuk toont zich minder grof, minder aard-
achtig. Om ze te verglazen, werpt men eenige handen vol
zout in den oven. De sterke hitte en de waterdamp ont-
leden het zout; er ontstaat bijtende soda, die zich m^t de
kiezelaarde van de gloeijende potten of kruiken verbindt,
en hiermee een verglaas vormt , dat met het gewone glas
overeenkomt.
De meeste pottebakkerswaren , als ook het fijnere aarde-
werk, ontvangen, voor zoo verre zij rond zijn, op het pot-
tebakkers-wiel hare gedaante. De werkman zit daarbij
voor eene schijf, die hem voor tafel dient, en die op eene
regt opstaande as bevestigd is. Deze draait beneden in
eene holligheid in den grond en hooger in een' ring , en
met de as draait het taff^ltje mede. Aan die zelfde as be-
vindt zich beneden den werkman een rad, dat hij met
den voet in beweging brengt, waardoor de as en dus ook
de schijf ronddraait.
Op die schijf legt hij een* klomp weeke klei , groot ge-
noeg om er het verlangde voorwerp van te maken, en drukt
er die op vast. Terwijl nu de schijf draait, drukt hij de
hand tegen de klei, die daardoor rond wordt. Om ze hol
te maken , steekt hij de beide duimen er midden in , en
beweegt die langzaam van elkander. Zoo gaat hij voort de
draaijende klei te drukken en uit te rekken, tot dat de
gedaante hem bevalt. Zoo het voorwerp tuit of ooren moet
hebben, \vorden die er afzonderlijk aangemaakt. Is het stuk
gevormd , dan wordt het met een* dunnen koperdraad van
de schijf gesneden.
ïlet spreekt van zelf dat men op die wijze alleen stuk-
ken van eene cirkelronde gedaante vervaardigen kan; maar
de meeste aarden voorwerpen hebben die gedaante. Voor
andere voorwerpen gebruikt hij vormen, waarin de weeke
klei geperst wordt. Ze zijn van hout, metaal, soms ook
van gips, eu hebben dan het voordeel, dat zij het water