Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'73
geitjes, Araarmede men in keukens en boerenwonlniren de
muren dikwijls bekleedt. De eersten worden somtijds , de
laatsten altijd verglaasd en ook wel beschilderd. Bij het
branden van verglaasde tegels moet men zorgen, dat zij met
het verglaas niet aan elkander raken , omdat zij anders
zouden zamenbakken. Men scheidt ze dus door stiftjes ,
waarvan gij het indruksel in de vier hoeken der verglaasde
tegels nog zeer goed zien kunt.
Het vervaardigen van potten en pannen , van ander aar-
dewerk , alsmede van porcelain , komt met het maken van
mefselsteenen en dakpannen in vele opzigten overeen. Na-
tuurlijk wordt tot fijnere stukken ook betere klei gebezigd .
en. deze zorgvuldiger behandeld. Nu eens wordt de klei
in een' molen gemalen, soms ook gesneden, en, zoo ze bij-
zonder zuiver moet zijn, geslibd. Om de klei te snijden,
neemt de werkman daarvan een' klomp op zijne tafel , en
snijdt er met een mes dunne schijven af. Daardoor worden
alle steentjes en onzuiverheden zigtbaar, en kunnen verwij-
derd worden. Het slibben heeft plaats om de grovere dee-
len van de fijnere te scheiden. Daartoe wordt de klei met
veel 'water vermengd , zoodat er eene zeer dunne pap ont-
staat. Deze laatste laat men eenigen tijd staan, zoodat de
grovere deelen, omdat ze zwaarder zijn. bezinken, maar de
fijnene in het water blijven zweven. Men giet dit dan in
een ander vat, en Iaat daarin de fijnere klei bezinken.
Men onderscheidt 1 ^ grove pottebakkerswaren , zoo als
potten, pannen, kruiken, enz-t 2** het fijnere aardewerk,
zoo als schalen, schotels, borden, kopjes en schoteltjes,
waarvan echter weêr vele soorten zijn, die onderling in
fijnheid aanmerkelijk verschillen, en 3® het porcelein. Al
deze voorwerpen zijn op de breuk óf aardachtig of glasach-
tig. Die van de eerste soort worden vervaardigd van klei,
die geen groote hitte verdragen kan, zonder te smelten en
dan in elkander te zakken. Zij worden dus zacht gebrand,
en vertoonen zich daar , waar zij niet verglaasd zijn en op
de breuk, aardachtig , zonder glans en ondoorschijnend,
Onverglaasd kunnen zij niet dienen om vocht te bewaren ,