Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'72
Terachillende kleur, die niet alleen afhangt van de gebruikte
klei, maar ook van de hitte, waaraan de steenen zijn bloot-
gesteld geweest.
De ongebakken klei is somtijds wit , meestal graauw tot
in het blaauwe vallende. Is de klei vochtig, dan wordt de
kleur donkerder, maar bij het opdroegen weder ligter. De
witte klei, ook pijpaarde genoemd, omdat men er tabakspij-
pen van vervaardigt, wordt ook door soldaten en stalknechts
gebruikt, die er hun ledergoed, hunne leidsels en strengen
mede wit maken.
Bij het branden verandert de kleur evenwel aanmerkelijk,
vooral als zich sommige vreemde stoffen in de klei bevinden.
Zoo kleurt de eene ijzerverbinding (oxyde) de klei bij het
branden rood , eene andere (oxydule) blaauw, graauw of groen-
achtig. Is in de klei tevens kool aanwezig, dan worden
de steenen daardoor blaauwachtig grijs.
De dakpannen en vloertegels worden op dezelfde wijze
vervaardigd, maar natuurlijk in andere vormen. Voor de
dakpannen komt de klei eerst iu een' vlakken vorm, zoodat
men een blad klei van behoorlijke grootte en dikte verkrijgt,
dat men daarna in een' gebogen vorm drukt, en het daar-
door de noodige bogten geeft. Het hieltje, waarmeê de
pan aan de panlat moet hangen , wordt er later aangebragt.
Men onderscheidt regtsche, linksche en vorstpannen; de
regtsche worden het meest gebruikt. Zij krijgen door en
door eene blaauwe kleur, als men tegen het einde van het
branden wat groen elzenhout in den oven werpt, en dan al
de openingen sluit, zoodat de opgesloten rook de pannen
doordringen moet. De verglaasde pannen worden, nadat
ze luchtdroog zijn, bestreken met eene brij, die meestal
bestaat uit een mengsel van loodoxyde (eene verbinding van
zuurstof met lood), klei, leem en zand, goed fijn gemalen
en met water verdund, waarbij de noodige kleurstof ge-
voegd wordt. Dit laagje smelt in de hitte tot een glasach-
tig overtrek, dat de poriën van de klei vult, en eene gladde
oppervlakte te weeg brengt.
Tot de tegels behooren zoowbl de vloertegels als de te-