Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'71
maar aau de zijdea open , terwijl mea losse rietmatten ge-
bruikt, om inslaauden regen, te sterken wind of feilen zon-
neschijn af te weren. Het is n. 1. noodzakelijk dat de
steen slechts langzaam droogt, omdat hij anders van buiten
hard wordt, terwijl hij van binnen nog vochtig is; want
die harde korst belet dan het verdere opdroogen , en het
noodzakelijk gevolg is, dat hij bij het branden krom trekt
of barst.
ovens, waarin de steenen gebakken worden, zijn ver-
schillend ingerigt. Het zijn groote gebouwen van steen ,
soms van boven open en alleen met planken gedekt, om
het inregenen te voorkomen ; soms zijn ze ook of van een
gewoon dak of wel van een gewelf met trekgaten voorzien.
In ons land heeft men er, die van drie tot twaalf maal hon-
derd duizend steenen kunnen bevatten. Zij hebben openin-
gen of poorten, waardoor men de steenen met kruiwagens
kan inrijden, en tevens zes, acht of tien stookgaten. De
steenen worden in den oven zoodanig op hunnen kant ge-
plaatst , dat er eenige tusschenruimte blijft; de poorten
worden gesloten en in de stookgaten vuur aangelegd, waar-
toe men in ons land algemeen langen turf bezigt. Eerst
stookt men slechts zacht, en wel in een oi twee der stook-
gaten , om het barsten voor te komen , later sterker en in
al de stookgaten. De vlam en de hitte vinden hunnen weg
van de stookplaatsen tusschen de steenen door naar boven.
De onderste steenen, en vooral die, welke digt bij de stook-
plaatsen liggen, ontvangen dus de grootste hitte, maar dee-
len daarvan mede aan de volgende. Na twee of drie we-
ken staakt men het stoken, en rekent dat de steenen gaar
zijn. Men laat dan den oven bekoelen, en haalt er de
steenen uit. Ze zijn nu evenwel van zeer verschillende hoe-
danigheid. De onderste zijn hard, eenigzins gesmolten, en
dus glasachtig. Zij kunnen, zoo ze niet al te krom getrok-
ken zijn, als straatklinkers gebruikt worden. Die uit het
midden van den oven zijn zachter en beter. De bovenste
zijn meestal niet genoeg gebakken, en komen daarom nog
eens in deu oven. Zij hebben over het algemeen eene zeer