Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'70
omdat er dan kieiielzure verbindingen ontstaan , gelijk het
glas er eene is. Eevat de klui echter te veel van die stof-
fen, dan heeft er te veel vloeijing plaats, en men kan de
steenen niet hard branden, zonder dat zij glasachtig worden,
waardoor zij geen water opnemen , zich dus niet met den
kalk vereenigen, en ongeschikt worden voor metselsteenen.
Soms zijn zij evenwel als straatklinkers te gebruiken. Waar
zou de naam klinkers van daan komen ?
T)e uitgegraven of opgebaggerde klei , zoo noodig ge-
mengd, wordt eerst gezuiverd en gekneed. In den regel
wordt zij een* geheelen winter aan regen, wind eu vorst
blootgesteld, waardoor zij taaijer en losser wordt. Op som-
mige plaatsen stort men de klei in ondiepe kullen , en doet
er zooveel water bij , als noodig is om ze door elkander te
kunnen treden. Dit geschiedt meestal door paarden, die
men in die kuilen laat rondloopen. Is de massa goed
dooreen gemengd, van steentjes en andere onzuiverheden be-
vrijd en goed lenig geworden, dan begint het werk vau den
vormer. Zijn vorm is een houten raampje, iets grooter dan
de steen dien hij maken wil, omdat deze bij het branden
altijd indroogt. Tevens heeft hij water en droog zand bij
zich, om den vorm nat te maken en met zand te bestrooi-
jen, opdat de klei niet aan den vorm kleve. In dien vorm
doet hij een stuk klei, drukt het uit een, zoodat de vorm
geheel gevuld is, en strijkt het overtollige met een strijk-
bout af. Terwijl hij weêr een' anderen vorm vult, brengt
een ander werkman den eersten vorm weg , legt den steen
op een' vlakken, harden grond om te droogen , en brengt
den vorm terug. Aldus gaat dit werk met eene bewonderens-
waardige snelheid voort. Na eenigen tijd worden de stee-
nen omgekeerd , en daarna op hunne langste zijde gesteld.
Wanneer zij genoeg gedroogd zijn, om zonder vrees voor
beschadiging behandeld te kunnen worden , neemt men ze
op, en legt ze dan in droogschuren. Hier plaatst men
ze met behoorlijke tusschenruimten op lange , breede plan-
ken, zoodat de wind er door kan spelen. Deze schuren of
lootsen zijn lange gebouwen, van boven met pannen bedekt,