Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'69
door het zijn' zamenhang verloren heeft. Wat er dan over-
blijft, is de klei, die eigenlijk nit kiezelzure aluinaarde be-
staat. Maar dat zelfde water voert ook andere stoffen aan,
en daardoor is de klei meestal onzuiver , ofschoon die stof-
fen ook soms reeds in het veldspaat aanwezig waren.
Men heeft vette en magere klei ; de eerste heeft voor 't
gevoel iets vettigs, dat de laatste mist. De klei is mager-
der , naarmate er meer vreemde stoffen onder gemengd zijn.
Men onderscheidt vele soorten van klei. Zoo heeft men het
leem, dat niets anders is dan klei met zand gemengd, en
door eenig ijzer-oxyde geel of bruin gekleurd. Door ijzer-
oxyde verstaat men enne verbinding van zuurstof en ijzer,
gelijk ijzerroest er eene is. Is er veel zand bij, dan noemt
men het zandleem. Een mengsel van ongeveer gelijke dee-
len klei en kalk heet mergel. Is er veel meer klei dan
kalk, dan heet het klei-mergel, is er meer kalk dan noemt
men het kalk-mergel. Men heeft ook zand- en gips-mergel,
als er behalve kalk en klei nog zand of gips aanwezig is.
De klei voor de steenbakkerijen wordt op vele plaatsen
in ons vaderland in den grond gevonden, en behoeft slechts
uitgegraven te worden. Zoo vindt men in Friesland , in
Gelderland en Overijssel langs den Yssel, in Zuid-Holland
langs den hollandschen Yssel en de Lek, alsook in Utrecht,
nitgestrekte kleibeddingen. Maar behalve deze gegraven klei,
wordt er ook veel gebruikt, die met het baggernet van den
bodem onzer beneden-rivieren wordt opgehaald. Op zulke
plaatsen, waar veel klei voorhanden is, vindt men ook steen-
bakkerijen , terwijl cle soort van steenen , die men er ver-
vaardigt , afhangt van den a^ird der klei, waarover men be-
schikken kan. Want alle klei is niet even geschikt voor
alle soort van steenen. Daarom mengt men dikwijls ver-
schillende soorten van klei onder elkander , of voegt bij de
vette klei eene kleinere of grootere hoeveelheid zand. Is de
klei te vet, dan trekt zij in het vuur te veel en onregel-
matig zamen , maar wordt niet hard genoeg. Is zij te ma-
ger , dan laat zij zich moeijelijk kneden, en de gebakken
steenen zijn te poreus. Zuivere klei is onsmeltbaar, en
blijft dat ook na bijvoeging van zand. Wanneer er evenwel
nog kalk en ijzeroxyde bijkomen, wordt zij smeltbaar en
wel te meer, naarmat« men er meer van di« stoffen bijvoftgt,