Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
Zwavelzure kalk of gips.
Behalve den koolzuren kalk, waarvan wij tot hiertoe
spraken, lieeft men ook zwavelzuren kalk, die mede onder
de meest verschillende vormen in de natuur aangetroffen
wordt. Nu eens is hij gekristalliseerd , en heet dan gips-
spaat. Soms zijn het kristalachtige korrels , die aan elkan-
der gebakken zijn , op dezelfde wijze als het marmer en de
broodsuiker, en heet dan albaster. Dit komt wit en ge-
kleurd voor , en dient tot allerlei beeldhouwwerk. Het is
minder hard dan marmer; daarom iaat het zich gemakkelijker
bewerken, maar niet zoo goed polijsten, en neemt dan een'
vetachtigen glans aan. Het is eenigzins doorschijnend en
glinsterend op de breuk, omdat de kristallen, waaruit het
bestaat, het licht verschillend terugkaatsen.
Veel zwavelzuren kalk vindt men ook als meer of min
digt gesteente , en heet dan gips. Dit laatste wordt veel
gebruikt, en daartoe eerst gebrand. Wij hebben gezien
dat de koolzure kalk gebrand wordt, om daardoor het
koolzuur te verdrijven, en gij zult nu misschien meenen, dat
■men door branden ook het zwavelzuur uit het gips ver-
wijdert ; doch dit is zoo niet. Het moet enkel dienen om
het water te verdrijven, waarvan het ongebrande gips 21
pCt, bevat. Het wordt daartoe aan de niet zeer groote
hitte van 120 graden blootgesteld , en verandert dan in
eene gemakkelijk wrijfbare massa, die zeer begeerig naar wa-
ter is, en dit zelfs uit den dampkring tot zich trekt, waar-
om het ook in goed digt gekuipte vaten bewaard en ver-
zonden moet worden. Maar dan mag bij dat branden de
hitte vooral niet te hoog stijgen; want daardoor zou men
het doodbranden , d. i. het zou de eigenschap, om water
aan te trekken, verliezen, en dan tot verschillende einden
niet meer gebezigd kunnen worden. Daarom geschiedt het
branden veelal in ovens, eveneens ingerigt als de gewone
bakovens, die men dus eerst heet stookt en, nadat het
vuur verwijderd is, er het gips in doet. Het gebrande,
watervrije gips is, zeiden wij, zeer begeerig naar water. Mengt
men het met een vierde van zijn gewigt aan water , dan
2*