Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'66
ren er vele andere, die thans niet meer werkzaam zijn ,
en waarvan de geschiedenis ook niet meldt dat ze ooit ge-
werkt hebben. Alleen aan hunnen vorm en aan de uitge-
braakte stoffen, die, hoewel door den tijd zeer veranderd,
nog aanwezig zijn , herkent men hunnen vulkanischen aard.
Bij Bonn breekt de Kijn door zulk een gebergte. In die
streken, en vooral bij Andernach, vindt men uitgestrekte
lagen, die uit een gesteente bestaan , dat zijn aanwezen
aan zulke uitgebraakte stoffen te danken heeft. Dat gesteente
werd in vroeger eeuwen veel tot het bouwen van kerken
gebruikt, en is in ons land onder den naam van duf- of
duifsteen bekend. Nog tegenwoordig wordt het veel aange-
voerd, evenwel niet tot bouwen, maar om daarvan, zoowel
als van de brokken duifsteen van gesloopte gebouwen aflcom-
stig, tras of cement te malen. Dit geschiedt op de tras-
en cementmolèns, die men v»oral te Dordrecht in groot aan-
tal vindt. De inrigting van deze molens heeft veel over-
eenkomst met die der oliemolens, waar ook steenen op hun-
nen kant een' cirkelvormigen weg over een' vastliggenden
steen afleggen. Zoo gemalen, is het tras of cement eene
donker bruine of in het gele vallende stof, eenigzins scherp
op het gevoel , waarvan men bij één deel twee deelen kalk
voegt. Ook op andere plaatsen , zoo als bij Napels , in
den omtrek van Eome en op sommige grieksche eilanden
komen vulkanische stoffen voor, die men tot hetzelfde einde
aanwendt.
Tot de kunst-cementen behoort het portland-cement, dat
in Engeland door het branden van eene magere klei ver-
vaardigd wordt, die vrij wat kalk bevat. De klei veroor-
zaakt dan de verharding onder water , omdat zij eene ver-
binding van kiezelzuur is. Ook de modder, die uit het
y voor Amsterdam gebaggerd wordt, levert een goed cement.
Van die modder, welke veel klei bevat, worden koeken
gevormd, die men brandt, en daarna tot poeder maalt. Dit
poeder wordt als amsterdamsche kunst-cement onder den
kalkmortel gemengd. Zelfs poeder van gebakken steenen,
door den metselkalk gewerkt, bevordert het hardworden on-
der water.