Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'64
trekt hij echter wel aan, zoodat hij zich met eene harde
korst van koolzuren kalk bedekt.
Het blusschen geschiedt meestal reeds bij de kalkovens.
In het groot neemt men gewoonlijk meer water dan noodig
is, en krijgt daardoor een brijachtig mengsel, dat in kuilen
bewaard wordt. Daar nemen nog gedurig ongebluschte kalk-
deelen water tot zich , zoodat de massa drooger of lijviger
wordt. Het overtollige water komt boven, en verdampt al-
lengs of wordt er afgeschept. Om te beletten dat kalk ,
dien men in zulke kuilen vrij lang bewaren moet, koolzuur
wordt, bedekt men de kuilen met planken , en werpt daar-
op een laagje zand , dat de lucht genoegzaam afsluit.
Wanneer de metselaar den kalk zal gebruiken , ver-
mengt hij dien met eene hoeveelheid zand , en werkt
alles eerst droog, daarna met water goed dooreen, en vormt
daardoor eene brijachtige massa, die men cement, mortel
of metselkalk noemt. De verhouding van kalk en zand is
naar den aard van den kalk zeer verschillend. IWen onder-
scheidt vetten en mageren kalk; de eerste heeft weinig of
geen vreemde deelen, en levert eene stijve, fijne en krachtig
bindende brij, kan dus meer zand verdragen en toch za-
menhang genoeg behouden. Voor vetten kalk neemt men
op elk mud wel drie of vier mud zand; bij mageren slechts
een of anderhalf mud.
Dit bijmengen van zand geschiedt niet zoo zeer ter be-
sparing van kalk, als wel omdat daardoor de zamenhang
van het metsehverk bevorderd wordt. Wanneer men mortel
zonder zand maakt, wordt de massa ook wel hard , maar
verbrokkelt, zoo zij niet in eene uiterst dunne laag tusschen
de steenen wordt aangebragt. Bij het metselen hecht de
kalk zich sterk aan den steen, veel sterker dan de kalk-
deeltjes zich aan elkander hechten. Hij verbindt zich ook
sterk met de zandkorrels; zoodat het zand het verbrokkelen
tegengaat, mits het goed door den kalk is heen gewerkt ;
want daar de zandkorrels zich onderling niet verbinden ,
moet elk korreltje met kalk omgeven zijn. Alsdan wordt
de kalklaag door den tijd zoo hard als de steen zelf. Hier-