Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'62
van onderen vuur in. De vlam stijgt dan in den oven op-
waarts , en ontsteekt achtereenvolgens ook de hoogere tnrf-
lagen. Hierdoor geraken ook de schelpen in gloed; zij
verliezen haar koolzuur, worden zacht en vallen door het
verbranden van den turf naar beneden. In den beginne ver-
laat een dikke , zwarte rook den schoorsteen , vergezeld van
een' hoogst onaangenamen stank, veroorzaakt door de ver-
branding der dierlijke zelfstandigheden , die zich aan en in
de schelpen bevinden. Later vermindert die stank; er ver-
toont zich eene ligte vlam , en het branden is afgeloopen.
Het is echter van belang, dat bij dit branden de hitte
groot genoeg is, en toch niet te hoog stijft. Is de hitte
niet groot genoeg, dan wordt niet al het koolzuur verdre-
ven, en er blijven nog harde schelpen in den kalk, terwijl
bij te groote hitte de massa min of meer zamenbakt , om-
dat de vreemde stoffen een begin van smelting ondergaan
hebben; want zuivere kalk is geheel onsmeltbaar. Alsdan
zegt men dat de kalk dood gebrand is. Op soortgelijke
wijze gaat men in andere landen te werk met hetgeen de
natuur er bruikbaars oplevert. Zoo wordt in Engeland veel
krijt tot kalk gebrand, en bezigt men daartoe in de om-
streken van Luik en Namen den digten kalksteen , die aan
de oevers van de Maas gevonden wordt. Meestal gebruikt
men daar evenwel eene andere soort van ovens, die zoo zijn
ingerigt, dat het branden onafgebroken voortgaan kan. Ze
zijn hooger, maar tevens naauwer dan de kalkovens hier te
lande. Terwijl de oven in werking blijft, brengt men er
telkens bij afwisseling brandstof en kalksteenen boven in,
en haalt de gebrande steenen, naarmate zij gaar zijn , er
beneden weêr uit. Ook bezigt men ovens, die beueden
vuurplaalsen hebben, waarvan de vlam in den oven opstijgt,
zoodat er van boven niets dan kalksteenen ingebragt wordt,
die langzamerhand naar beneden vallen, en gedurig aan
grooter hitte zijn blootgesteld. Daardoor heeft men dit
voordeel, dat de asch zich niet met den gebranden kalk
vermengen kan.