Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'57
om de voclitigbeid en het koolzuur te verdrijven , en alle
organische deelen, dat zijn zulke, die van dieren en plan-
ten afkomstig zijn, door de hitte te vernietigen.
Nog heet komen die stoffen dan in de kroezen , welke reeds
in den oven staan, en daar al gloeijend geworden zijn. Om
het hevige opbruisen vult men de kroezen slechts langza-
merhand, en wacht met het bijvoegen van eene nieuwe hoe-
veelheid tot de vorige goed gesmolten is, Hetgene wat
zich dan niet vereenigt, niet verglaast, gelijk men het
noemt," komt boven drijven eii wordt er afgeschept. Men
geeft het den naam van glasgal. Daarop wordt de oven
nog heeter gestookt, om die zamengesmolten massa dun
vloeijend te maken , zoodat de ongesmolten zanddeeltjes naar
den bodem zinken. Bleven zij in het glas , zij zouden on-
doorschijnende stippen veroorzaken, gelijk men die in de
glasruiten wel eens aantreft. Ook worden dan alle lucht-
bellen , die zich nog in de massa mogten bevinden , door
de groote hitte uitgedreven. Daarop wordt het vuur eenig-
zins verminderd, tot dat de massa de dikte van stroop ge-
kregen heeft; want alleen in dien toestand is zij geschikt
om verwerkt te worden.
Het glasblazen geschiedt door middel van eene ijzeren
blaaspijp van ongeveer 15 palm lengte en van een houten
handvatsel voorzien. De glasblazer verwarmt het eene eind
der buis , en doopt dit in het gesmolten glas , zoodat er
een weinig aan de pijp blijft hangen. Hij blaast dan in
de pijp, waardoor eene bel van glas ontstaat, die hij door
verwarmen, op nieuw indoopen en herhaald blazen de
gewenschte grootte, en door gepaste drukking de begeerde
gedaante geeft. Om groote flesschen te vervaardigen, waar-
bij enkel blazen niet genoeg zou zijn, wordt een mond-
vol water door de pijp gespoten; dit verandert door de
warmte terstond in damp, die de begeerde uitzetting te
weeg brengt. Wanneer de aldus vervaardigde flesschen,
karaffen en andere voorwerpen den behoorlijken vorm en
grootte verkregen hebben, zijn ze echter voor het gebruik
nog niet geschikt. Door de snelle afkoeling, die zij onder-
gaan hebben, zijn ze zoo broos geworden, dat zij bij den
minsten stoot zouden breken. Dit kan men best zien aan
de zoogenoemde bataafsche glastranen. Om deze te ver-