Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'55
waar het zeewater tot de vereischte sterkte gebragt werd,
om het overige water met voordeel door middel van vnur
te verdampen.
GLAS.
Het glas is een mengsel, dat door zamensmelten van
verschillende stoffen verkregen is, en waarvan kiezelzunr of
zuiver zand het hoofdbestanddeel uitmaakt. Het zand kan
in het sterkste ovenvuur niet gesmolten worden , maar wel
als het met alcaliën, met potasch of soda aan eene groote
hitte wordt blootgesteld, omdat het zich daarmee dan innig
verbindt. Zand en potasch of zand en soda zijn dus de
wezenlijke bestanddeelen van het glas. In plaats van pot-
asch gebruikt men soms ook houtasch. Waarom ?
Het kiezelzuur vormt, als het zeer zuiver is , het berg-
kristal , eenigzins gekleurd en onzuiverder den vuursteen,
den keisteen en het zand. Smelt men zuiver kiezelzuur met
zuivere potasch of suivere soda, dan is het glas ook volko-
men kleurloos. Maar hoogst zelden gebruikt men zuivere
stoffen. Wil men daarom kleurloos of bijna kleurloos glas
verkrijgen , dan moet men er weêr andere stoffen bijvoegen ,
om die kleurstoffen onschadelijk te maken.
Ook de verhouding, waarin de verschillende stoffen ge-
bruikt worden, is zeer verschillend, en heeft grooten invloed
op de eigenschappen van het glas. Gebruikt men veel pot-
asch of soda , dan verkrijgt men eene soort van glas, die
zich in kokend water oplost, en veel gebruikt wordt om
hout, lijnwaad en andere dingen onbrandbaar te maken ,
en dit noemt men waterglas. Maar die oplosbaarheid ver-
mindert , naarmate men meer zand bezigt. Oude venster-
ruiten , vooral in koestallen en keukens, worden dikwijls
dof en ondoorschijnend — het weer is er in, zegt men.
Het is als of zich op het glas een korstje vreemde stof
gezet heeft. Dit is echter zoo niet. De spiegelende opper-
vlakte van het glas is door de werking van vocht en warmte