Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'54
zoute water wordt er vervolgens uitgepompt en uitgedampt,
en de gaten , die ondertusschen grooter geworden zijn , en
door den tijd uitgestrekte onderaardsehe vijvers vormen,
op nieuw met water gevuld. De verkregen pekel wordt
door goten en waterleidingen dikwijls uren ver, soms over
berg en dal, naar de werkplaatsen gevoerd, waar men
het uitdampt, en welke gewoonlijk ver van de plaats liggen,
waar men die zoutlagen vindt. Wilt gij weten waarom ?
In de nabijheid der zoutlagen groeit geen hout om vuur te
maken, en men kan met minder kosten het zoute water dan
de brandstof vervoeren , zoodat men de zoutziederijen daar
aanlegt, waar veel brandstof te verkrijgen is.
Soms stroomen onderaardsehe wateren over zulke zoutbe-
vattende lagen , lossen er meer of minder zout van op, en
ontspringen dan als zoutbronnen. Bevat dit bronwater zout
genoeg, dan wordt het terstond in de zoutziederijen ver-
dampt; heeft het niet veel zout, dan zouden de onkosten
van brandstoffen als anderzins grooter worden dan de op-
brengst van het zout, en men begint daarom met de pekel
te versterken. Hiertoe rigt men op plaatsen, die aan den
vrijen wind zijn blootgesteld, hooge schuren of lootsen op,
die alleen van boven gedekt zijn. Daarin bevinden zich
■wanden, die uit een raamwerk van balken bestaan, waar-
tusschen zich rijs of takkebossen bevinden, en wel bij voor-
keur van sleedoorn. Het zoute water wordt boven in dat
gebouw gepompt, en druipt door eene menigte gaatjes op
de doornige takken , waar het zich nog meer verdeelt, en ,
van tak tot tak vallende, eindelijk beneden komt in goten,
die het naar een' algemeenen vergaarbak leiden. Gedurende
dit langzame nederdruppelen is veel water verdampt, te
meer, daar de wind vrij tusschen de wanden door kan spe-
len. De pekel , die dus eenige graden sterker geworden is,
wordt weêr naar boven gepompt, en dit werk wordt zoo
lang herhaald tot ze ongeveer 20 pCt kout bevat. Men
zou ze tot 27 pCt. kunnen brengen , maar men doet dit
niet, omdat zich dan te veel zout op de doornen zou aan-
zetten , en tevens met het wegspattende water te veel zout
zou verloren gaan. Zulk eene inrigting noemt men een
gradeerhuis, omdat de pekel er bij graden sterker wordt.
Vroeger had men te Katwijk-aan-Zee zoodanige inrigting,