Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'52
keet digt aan zee ligt, door een' hevel in de keet ge-
leid , gelijk dit althans te Enkhuizen plaats heeft. Gij
weet immers wel wat een hevel is? De daardoor verkre-
gen loog of pekel komt, nadat men ze eenigen tijd heeft
laten bezinken en daardoor veel onreinheden verwijderd zijn,
in vlakke pannen, die gewoonlijk van ijzer vervaardigd en
boven een fornuis gemetseld zijn. Deze pannen hebben soms
eene oppervlakte van 60 □ el, maar zijn slechts een paar
palm diep. In die pannen wordt de pekel aan de kook ge-
bragt, waardoor het water begint te verdampen, en zich
een schuim vormt, dat van tijd tot tijd wordt weggenomen.
Ook zetten zich sommige stoffen aan de pan vast, welke
niet zoo oplosbaar zijn als het zout, en dus eerder kristal-
liseren. Zij vormen op den bodem van de pan eene korst,
die men pansteen noemt.
Hierdoor wordt dus de loog hoe langer hoe zuiverder.
Heeft dit lang genoeg geduurd , dan noemt men de loog
gaar, en men vermindert het vuur; want de pekel behoeft
nu niet meer te koken , maar het water moet verdampen,
en daardoor vormen zich zoutkristalletjes aan de oppervlakte
van de loog; deze vereenigen zich, vormen geheele ve 1 den
en zinken dan naar beneden , om' door andere vervangen te
worden. Is er genoeg zout in de pan, dan wordt dit door
strijkbouten bij elkander geschoven, uit de pan gehaald en
in spitse korven gedaan , om uit te lekken en te droogen.
De zoutkristallen kent gij, maar weet gij ook dat zij eigen-
lijk uit blokjes bestaan , die de gedaante van een' kubiek
of dobbelsteen hebben ? Die dobbelsteentjes zetten zich aan
elkander, en vormen zoo de vierkante holle torentjes of Py-
ramiden, die gij in het grove zout zeker wel eens bewon-
derd hebt. Bij eene langzame verdamping vormen zich
groote Pyramiden van zout. Is daarentegen de verdamping
snel, en wordt de loog onder het uitdampen geroerd, dan
stoort men de kristallisatie, en er ontstaat een kruimelig,
ondoorzigtig zoutpoeder. Een dergelijk onderscheid zagen
wij ook bij de vorming van de broodsuiker en van de
kandij (gladde klontjes). Hier is dus overeenkomst tusschen
het kristalliseren van zout en van suiker ; maar er is ook
een aanmerkelijk verschil.
Bij de suiker had men de verzadigde oplossing slechts tc