Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'48
ZEEP.
Onder de stoffen , die in het dagelijksch leven gebruikt
worden, bekleedt de zeep eene eerste plaats. Er zijn vele
soorten van zeep, maar elke zeep is eene verbinding van
olie of vet met eenig loogzout d. i. met potasch of soda.
Men heeft voornamelijk twee soorten van zeep, t. w. de
zachte , die men ook wel groene of zwarte heet, en de harde,
meestal witte of spaansche. zeep genoemd. De eerste wordt
met potasch, de laatste met soda bereid.
Om zachte zeep te maken , begint men met de bereiding
van de zeepzieders loog. Daartoe wordt potasch fijn gemaakt
en in water opgelost, maar er tevens eene ongeveer gelijke
hoeveelheid versch gebrande kalk bijgedaan. De kalk lost
zich in het water niet op , maar moet dienen om aan de
koolzure potasch het koolzuur te ontnemen, en ze daardoor
in potasch te veranderen, die veel scherper is, en welke
men daarom bijtende potasch noemt.
Bij deze bewerking neemt de kalk bet koolzuur tot zich,
en wordt daardoor koolzure kalk, die naar beneden zinkt;
zoodat de loog weder helder wordt. Somtijds gebruikt men
in plaats van potasch slechts houtasch , die zoo als wij reeds
weten, potasch bevat. Ook mengt men potasch, houtasch en
kalk onder elkander, zoodat men dadelijk de zeepzieders-loog
verkrijgt, zonder eerst uit houtasch potasch te bereiden.
Tot het vervaardigen van zeep kan men van allerlei oliën
en vetsoorten gebruik maken Meestal echter bezigt men
raap-, hennep- en lijnolie, talk, kokos- en palmolie Soms
bedient men zich ook van bedorven olie en traan; maar de
zeep, die men van dit laatste verkrijgt, onderscheidt zich
door eene hoogst onaangename traanlucht, welke zich ook
aan het linnen mededeelt, dat met zulke zeep gewasschen
is. In ons land gebruikt men meestal olie.
De olie wordt in een' grooten ketel gedaan , die boven
een fornuis gemetseld is en tot koken gebragt, terwijl men
er van tijd tot tijd loog bijvoegt, en zoo het geheel zacht-
jes kokend houdt. Dat men er niet al de loog te ge-
lijk bijvoegt, dient om het sterke oprijzen en het overkoken
te voorkomen, Begint desniettegenstaande het kooksel op te