Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'44
het vat met water gevuld, dat er een uur of zes op blijft,
en dan afgetapt wordt, waardoor men eene slappe loog ver^
krijgt, die men versterkt door ze op een vat met versclie asch
te gieten. Is dit werk eenmaal aan den gang, dan rigt men
het zoo in, dat men heet water op de reeds eenmaal uitge-
loogde asch giet, terwijl de daardoor verkregen slappe loog op
de nog niet uitgeloogde gegoten wordt. Soms wordt het uitloogen
ook tot driemaal toe herhaald ; op de tweemaal uitgeloogde asch
komt dan heet water, op de eenmaal uitgeloogde komt
slappe loog en op de versehe asch de reeds sterkere loog,
door de tweede uitlooging verkregen. De uitgeloogde asch
is zeer nuttig als mest op het land, en wordt ook in de
glasblazerijen aangewend.
Zoodra men eene genoegzame hoeveelheid loog van be-
hoorlijke sterkte heeft verkregen , moet van deze loog potaseh
bereid worden, en dit geschiedt door het water te verdampen.
De loog wordt daartoe in ijzeren ketels gesehept, die bij ge-
ringe diepte eene groote oppervlakte hebben. In groote fa-
brieken maakt men tot het vullen van deze ketels gebruik
van goten en, zoo noodig, ook van pompen, die men daar
ook aanwendt om het heete water of de slappe loog op de
^sch- of looi^vaten te bren<ren.
In die ketels verdampt het water gaandeweg door de hitte
van het vuur, maar de potaseh blijft in de overige loog
achter. Naarmate op die wijze de hoeveelheid vermindert,
vult men den ketel weder met loog aan, zoodat het kooksel
hoe langer hoe dikker wordt. Wanneer het een brijachtig
aanzien krijgt, voegt men er geen loog meer bij, maar gaat
voort met stoken. Het kooksel begint nu op te zwellen, en
zet zich aan de kanten van den ketel vast; maar wordt ge-
durig omgeroerd tot de massa bijna droog is. Als men haar
koud laat worden, vormt zij eene vaste, drooge zelfstandig-
heid van eene bruine kleur, die men ruwe potaseh noemt.
Hare kleur ontleent zij aan plantaardige deeltjes,- die bij de
uitlooging door het water mede zijn uitgetrokken, en nu door
de hitte eene donkere kleur hebben aangenomen. Om ze te
verwijderen, worden die deeltjes verbrand. Dit werk, dat