Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'43
planten , die veel opleveren, dikwijls in geen genoegzame
hoeveelheid te bekomen zijn. De meeste potasch wordt
dus uit houtasch verkregen, niettegenstaande aardappe-
lenloof, boekweitenstroo, stengels van turksehe tarwe en
van zonnebloemen, maar vooral boonenstroo, naar evenre-
digheid veel meer potasph geven. Nu zult ge ook begrijpen
waarom de landlieden de asch van aardappelenloof en boo-
nenstroo zoo zorgvuldig bewaren , en ze later gebruiken om
de kleeden te reinigen , die smerig zijn geworden door de kaas,
welke zij er inleggen, wanneer zij ze naar de markt of naar
den koopman brengen.
De meeste pntasch komt uit Zweden, Eusland en Noord-
Amerika, waar hout genoeg gevonden wordt, om dat tot ver-
vaardiging van potasch tot asch te verbranden. Maar die
asch is nog geen potasch ; om deze er uit te verkrijgen ,
doet men water op de asch, dan lost zich de potasch in bet
water op , even als zout en suiker zich in water oplossen ,
terwijl de andere deelen van de asch onopgelost blijven. Het
water neemt dus uit de asch de potasch tot zich, en men
verkrijgt eene heldere vloeistof, die men loog of wel potasch-
loog noemt, en zegt dan dat men de asch heeft uitgeloogd.
Om de potasch in het groot te bereiden , zoo als in de
potasch-ziederijen plaats heeft, maakt men gebruik van hou-
ten loog- of aschvaten, die van een' dubbelen bodem voor-
zien zijn. Deze bodems liggen ongeveer 16 ned. duim
van elkander; de bovenste is doorboord en met eene laag
stroo bedekt, terwijl zich tusschen de beide bodems in den
wand van het vat eene kraan bevindt. Tot het uitloogen
van asch bedient men zich meestal van heet, soms ook van
koud water. Het heete water lost meer potasch op, maar
deze is onzuiverder, omdat daardoor ook andere stoffen op-
gelost worden, die bij het gebruik van koud water onop-
gelost blijven.
Om de asch uit te loogen, wordt ze gezift, om half ver-
brande stukjes hout en grove onreinheden te verwijderen ,
dan wordt zij nat gemaakt, door elkander gewerkt en zoo
eenigen tijd in rust gelaten, tot zij door en door vochtig is.
Vervelens wordt die vochtige asch in vaten gedaan, za-
mengedrukt en de vaten zoo ver met asch gevuld, dat ze
ongeveer 15 ned. duim beneden den rand blijft. Verder wordt