Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'34
ontvangt zij geen gesmolten vet genoeg om helder te bran-
den; de pit verbrandt te spoedig, en de kaars moet gedurig
gesnoten worden.
Die draden worden aan dunne ronde latjes, speten genoemd,
opgehangen. Dit geschiedt zoo, dat de draden, voor elke
kaars bestemd, op eenigen afstand komen van die, welke
voor de andere kaarsen moeten dienen. Daarop worden deze
pitten speet voor speet in een' ketel met gesmolten vet ge-
doopt , en dus geheel met vet doortrokken. Daartoe moet
het vet goed heet en vloeibaar zijn ; want anders dringt het
niet tot het binnenste van de pit door. De ingedoopte speet
wordt vervolgens tot afdruiping en bekoeling opgehangen, en
eene andere speet ingedoopt. Zoo gaat men voort tot men
weder aan de eerste speet komt, en herhaalt het indoopen.
Dit geschiedt nu evenwel in vet, 't welk reeds zoo verre afge-
koeld is, dat het aan den rand van den ketel begint te stol-
len. Daardoor blijft er meer vet aan de kaarsen hangen,
en zij komen spoediger tot de begeerde dikte. Dan worden
zij bij ponden afgewogen en aan bosjes geregen, zoodat zij
gereed zijn om verkocht te worden.
De aldus vervaardigde kaarsen noemt men getrokkene; ze
zijn ongelijk van dikte en hier en daar bultig. Om kaarsen
van een fraai fatsoen te verkrijgen, worden zij niet getrok-
ken , maar gegoten. Hiertoe bezigt men blikken, tinnen of
glazen vormen, die van boven iets wijder zijn dan be-
neden. Deze vormen zijn van boven open, en hebben van
onderen eene kleine opening, waardoor de pit getrokken wordt.
Deze w'ordt dan boven aan den vorm aan een haakje of aan
een staafje, dat dwars over den vorm ligt, vastgemaakt, naar
beneden gespannen en door een houten pennetje, dat men bij
het katoen in de opening steekt , ook daar vastgemaakt ,
waardoor tevens de opening gesloten is. Verscheiden zulke
vormen worden in een' geschikten toestel naast elkander ge-
plaatst , en met gesmolten vet gevuld. Als dit genoegzaam
bekoeld is, verwijdert men eerst het pennetje, en trekt dan
de kaars uit den vorm, dat niet moeijelijk gaat, omdat de
vorm boven wijder is dan beneden. Na het overtollige vet
weggesneden te hebben, is de gegotene kaars gereed.