Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'33
KAARSEN.
Men heeft voornamelijk twee soorten van kaarsen, n. 1.
smeer- en waskaarsen. De eersten maakt men van het vet
van koeijen, schapen en andere dieren, de laatsten van
was. Alle vet is niet even hard; dat van vogelen en vleesch-
etende dieren, waartoe ook de varkens behooren, is week en
wordt smout genoemd. Het vet van plantetende dieren is
hard, en onder den naam van talk bekend; dat van schapen
is harder dan dat van koeijen. Het vet wordt in kleine stukken
gesneden en dan uitgesmolten. Het snijden geschiedt in de
kaarsemakerijen, doch niet met een gewoon mes, maar in
een' stampbak. De stamper bestaat uit een' houten steel,
waaraan zich van onderen messen bevinden, die in alle rig-
tingen snijden. Het uitsmelten geschiedt op een zacht vuur,
opdat het vet niet bruin zou worden. Dikwijls doet men het
met eenig water in den ketel, omdat men dan verzekerd is,
dat het vet geen grootere hitte dan die van kokend wa-
ter verkrijgt. Het uitsmelten moet dienen om het vet van
de vliezen te scheiden, waar binnen het beslotenis. Nahet
uitsmelten worden daarom de vliezen uitgeperst en onder den
naam van kanenbrood als voeder voor honden verkocht.
Soms maakt men bij het uitsmelten gebruik van zwavelzuur,
dat de vliezen gedeeltelijk oplost of verteert, maar het vet zelf
niet, zoo er namelijk niet te veel van gebruikt is. Daardoor
wordt dan nog eenig vet vrij, dat anders inde vliezen blijft
hangen, en er vormen zich minder kanen.
Om smeerkaarsen te maken, begint men met de pit ofhet
lemmet Daartoe wordt een bepaald aantal draden los ge-
twijnde boomwol, zoogenoemd lampekatoen, op behoorlijke
lengte gesneden. De lengte dezer draden kan naar verkie-
zing geregeld worden, maar hun aantal moet afhangen van
de dikte der kaarsen, die er van gemaakt zullen worden,
en van de smeltbaarheid van het vet. Hoe dikker de kaars
moet zijn en hoe gemakkelijker het vet smelt, dat men gebruikt,
zooveel te dikker moet ook de pit zijn. Is in beide gevallen
de pit te dun, dan kan zij al het smeltende vet niet verbran-
den, en de kaars loopt af, Is daarentegen de pit te dik, dan
3