Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'26
bevat; denkt maar aan den wijn, den bessewijn en den cider,
eeue soort van wijn, die uit appelen en peren bereid wordt.
Al die alcohol-bevattende stoffen worden zuur, omdat de
alcohol in azijn zuur verandert.
Alle vloeistoffen, die alcohol bevatten, zijn dus geschikt
om er azijn van te maken. Daartoe behoeft men ze slechts
bij niet al te lage temperatuur aan den invloed van de damp-
kringslucht bloot te stellen, ofschoon op die wijze de verzu-
ring zeer langzaam gaat. Om ze te bespoedigen, maakt men
gebruik van een soortgelijk middel als bij de gisting. Om
het brooddeeg en het moutaftreksel tot gisting te bren-
gen , wordt er eene gistende stof, de gest, bijgevoegd. Bij
de vloeistof, waarvan men azijn wil maken , doet men iets,
dat reeds aan het verzuren is, b. v. zuurdeeg, rogge- of
gerstebrood, dat met azijn is vochtig gemaakt, reeds berei-
den azijn en dergelijke stoffen.
Er zijn twee verschillende manieren om azijn te maken.
Volgens de oudere manier wordt de wijn , het bier en wat
men anders gebruikt, met de verzurende stof in vaten gedaan ,
die op eene plaats staan, waar eene matige warmte heerscht.
Na bijna veertien dagen gestaan te hebben, is de wijn-
azijn reeds gereed. Men tapt echter niet meer dan de helft
af, en vult het vat op nieuw met wijn, die ook weder
zuur wordt. Op die wijze kan men met het werk besten-
dig voortgaan. De alzoo verkregen azijn wordt vervolgens ,
zoo dit noodig is, geklaard, d. i. door filtreren en bezin-
ken van vreemde deelen gezuiverd, dan in vaten overgetapt
en, om niet te bederven, in een' koelen kelder bewaard.
Bij de nieuwere manier, gewoonlijk snelazijnmakerij ge-
noemd, legt men er zich vooral op toe om de vloeistof, die
verzuren moet, zoo veel mogelijk met de lucht in aanraking
te brengen. Verbeeldt u groote kuipen van een paar ned. el
lioog, van een' dubbelen bodem voorzien, waarvan de
bovenste zoo wel als de wanden boven dezen bodem, even
als eene zeef, doorboord is. Bijna boven in het vat is weer
een doorboorde bodem, maar daar hangt in elk gaatje een
eindje bindgaren, van ongeveer een voet lengte. Een knoopje in