Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'23
dat de ketel genoegzaam gevuld is, wordt er de helm opge-
zet en de naden met een taai deeg digt gesmeerd. Vervol-
gens wordt het vuur opgestookt, zoodat het vocht begint
te verdampen. De dampen kunnen niet anders ontwijken dan
door de buis, waarin het deksel eindigt. Zoo lang deksel en
buis koel zijn, verdigten die dampen zich tegen hunne bin-
nenzijden, loopen langs de buis benedenwaarts, en zoudtn in
eene flesch, die onder aan de buis hangt, afdruppelen; maar
spoedig is de helm zoo heet dat dit geen plaats heeft. De
buis is daarom verbonden aan eene andere metalen buis,
slang genoemd , die als eene schroeflijn of kurketrekker is'
gedraaid, en in eene kuip met koud water staat. In die koele
slang wordt dus de dampvormige spiritus weder vloeibaar,
terwijl daar, waar het benedeneinde van de slang uit de
kuip komt, het verkoelde wordt opgevangen.
Ik zal u wel niet behoeven te zeggen, dat het water in die
kuip spoedig warm, ja heet wordt, en dan door koud wa-
ter moet vervangen worden.
Het opgevangen vocht is evenwel nog niet enkel spiritus,
naardien er tevens waterdampen mede zijn overgegaan, die
zich ook verdigt hebben. Men kan evenwel het verkregene
nog eens destilleren, en bekomt dan eene vloeistof, die veel
minder water bevat.
Hetgene men alzoo verkrijgt, is de fransche brandewijn
of conjac, die zich door een' geurigen , aangenamen smaak
onderscheidt.
Maar meestal is de wijn te duur, om daarvan al den bran-
dewijn te stoken, die er helaas! gebruikt wordt. Men bedient
zich daarom van het dikke, dat in de wijnvaten blijlt, als de
wijn er afgetapt is, en dat men wijnmoer noemt. Ook
stampt men het overblijfsel der uitgeperste druiven wel in
vaten met water, en laat dit vocht, waarbij men soms eenige
gest moet doen, gisten, terwijl men vervolgens de vloeistof,
die men verkrijgt, destilleert. Doch ook dit levert nog maar
i een klein gedeelte van den wijngeest, dien men noodig heeft. Hij
i kan ook van andere dingen gemaakt worden, zoo deze n. L
1 stijfsel, suiker of reeds gevormde alcohol bevatten. Men ge-