Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'21
bosschen, ook in ons vaderland, in het wild groeit, en zich
langs het kreupelhout slingert, ^maar ook veel in het groot
verbouwd wordt. Door de hop verkrijgt het bier eeu' aan-
genamen, specerijachtigen geur en een* eenigzins bitteren
smaak, terwijl het tevens het zuurworden tegenhoudt, waar-
toe anders die zoete vloeistof zoo spoedig overgaat
Als het mout lang genoeg met de hop gekookt is, wordt
het, na tot op eene bepaalde temperatuur te zij u afgekoeld,
in de geilkuip gebragt, waar de gisting moet plaats heb-
ben. Daar het van belang is, dat het afkoelen spoedig ge-
schiede , omdat het afkooksel anders ligt zuur wordt , laat
men het door goten naar vlakgemetselde bakken loopen,
die zich op eene luchtige plaats bevinden. In de nieuwere
brouwerijen, vooral in Engeland, wordt het wort op zijn'
weg uit den ketel naar de geilkuip reeds afgekoeld. Daartoe
laat men het door buizen of kanalen vloeijen, binnen
welker wanden zich andere buizen bevinden. Door deze
laatsten vloeit in tegengestelde rigting een stroom water, dat
zoo koud mogelijk zijn' loop begint, maar door de warmte,
die het van het wort overneemt, er heet uitkomt. Begrijpt
gij nu ook hoe men het aanlegt om te maken, dat het water
niet denzelfden weg loopt als het wort? Beide vloeistoffen
zoeken toch de laagste plaats. Kunt gij ook nagaan waar-
toe men het zoo inrigt ?
In de geilkuip moet het wort gisten, en dus eigenlijk bier
worden. Wat gisten is, hebben we gezien, toen we over
den wijn spraken. Het wort geraakt echter niet van zelf in
gisting; daartoe bevat het te weinig suikerdeelen. Om het
zoo ver te brengen, doet men er een weinig gest bij, niet
veel meer dan één maatje op een ned, vat; dus een dui-
zendste gedeelte^Beze gest, uit een vorig brouwsel verkregen,
wordt goed door het vocht heengeroerd , en dan begint
reeds na een uur of acht eene levendige gisting, welke in
vele opzigten op die van den wijn gelijkt. Eerst vormt zich
in het midden, later over de geheele oppervlakte een melk-
achtig schuim; de temperatuur der vloeistof neemt toe, een
gedeelte van de suikerstof gaat in de alcohol of wijngeest
over, terwijl voortdurend koolzuur ontstaat, dat in bellen
opwaarts stijgt en ontwijkt.
Is de gisting ver genoeg gevorderd, dan wordt het heldere