Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'20
ten smaak heeft. Gij begrijpt nu ook waarom het ontkie-
men niet te ver mag gaan ; de kiem zou dan een deel der
gevormde stoffen tot haar voedsel gebruiken.
Het gemouten en daarna gedroogde graan wordt nu door
zeven van de verdorde kiemen gezuiverd, en dan op den mo-
len grof gebroken, omdat het dan beter door het water
kan uitgetrokken worden- Het mag echter niet te fijn gemalen
worden, opdat het niet in het water tot een' koek te zamen pakke.
Thans kan het eigenlijke bierbrouwen een' aanvang nemen.
Daartoe wordt het gebroken mout in groote beslagkuipen ge- ■
stort , en om het klonteren voor te komen , met water, dat i
slechts laauw is, zoo lang geroerd , tot er eene gelijkvormi- ■
ger brij ontstaat, die men een half uur of langer laat staan
om goed door te weeken. In de groote engelsche bierbrou-
werijen maakt men gebruik van kokend water, maar laat dit
door een' doorboorden valschen bodem van onderen af in het
vat opstijgen, zoodat het mout door de dampen van het wa-
ter geweekt wordt, eer dit er zelf nog bij komt, en er dus:
geen gevaar van klonteren is. — Na het weeken wordt en
uit groote ketels, brouwketels genoemd, bijna kokend water
opgedaan, en alles goed dooreen geroerd of het mengsel
zelf gedurende langer of korter tijd gekookt. Wanneer men
het vervolgens rustig laat staan , zinken de zwaardere niet
opgeloste deelen naar beneden, en de bovenste vloeistof wordt
helder. Zij heeft een' zoeten smaak en kleverige hoedanig-
heid , want al de suiker- en gomdeelen, die in het mout
aanwezig waren. zijn door het heete water opgelost Dit
vocht, dat nu den naam van wort of hoppert draagt,
wordt door eene kraan afgetapt, en daardoor van het dikkere
gescheiden. Dit laatste noemt men draf, en het wordt
als voeder voor' het vee gebruikt.
Het verkregen vocht heeft wel voor een groot gedeelte
de voedende eigenschappen van het bier, maar nog niet
den aangenamcn smaak er van; integendeel het is flaauw
zoetachtig en kan niet duren; thans wordt het met hop
gekookt en moet dan gisten.
De hop is de bloesem van de hopplant, die in sommige