Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
17i
worden deze, zoodra ze rijp gempeg zijn, afgesnefSen
^■eperst, waardoor men een* dram
naam van most bekend is. Deze
van den wijn. Hij is suikeraclitig van smaak en kleverig
op het gevoel. Ook is hij kleurloos of geelachtig , onver-
schillig of het sap uit witte of blaauwe druiven geperst is.
Men meent wel eens dat de witte druif witten en de blaauwe
druif rooden wijn geeft; maar dat is eene dwaling. Ook van
blaauwe druiven kan men witten wijn maken, indien na de per-
sing het sap maar terstond van de schillen wordt afgegoten,
daar anders de blaauwe kleur der schil, door verzuring rood
geworden, den wijn ook rood kleurt. De most smaakt in.
't geheel niet naar wijn, en heeft ook volstrekt geen
sedwelmende kracht. Zal de most in wijn veranderen, dan
noet hij eerst gisten. Deze gisting geschiedt van zelve, en
dus niet zoo als ■ bij het deeg, waarbij men gest voegt, als
tnen er tarwebrood van bakken wil. De most komt hierin over-
een met alle vloeistoffen , die suiker genoeg bevatten. Wanneer
zij een' gepasten gematigden warmtegraad hebben, beginnen
sij ook zonder toevoeging van iets anders te gisten. Hier-
ioor veranderen die vloeistoffen geheel van eigenschappen,
a zelfs van zamenstellkig ; de suiker verdwijnt bijna geheel
5n is in koolzuur en alcohol of wijngeest (spiritus) veranderd.
Het koolzuur stijgt in groote bellen opwaarts, en verlaat het
ïocht, dat nu door den gevormden spiritus eene bedwelmende
kracht verkrijgt. Om den most deze gisting te doen onder-
daan, wordt hij in sterke^ eiken vaten gegoten, die in een'
kelder liggen, waarin de temperatuur bestendig op dezelfde
hoogte kan gehouden worden. Dewijl het koolzuur, dat zich
bij de gisting ontwikkelt, gelegenheid moet hebben om te
ontsnappen, mogen de vaten niet gesloten worden, terwijl
men ze ook niet geheel vult, omdat ze anders door de gis-
ting zouden overloopen. Als de gisting goed aan den gang is ,
vertoont zich in den most eene levendige, zigtbare beweging; de
vloeistof schuimt en sist, of zij stond te koken. Gedurig stijgen er
bellen opwaarts, die aan de oppervlakte doorbreken. Dit
duurt zoo een' dag tien of twaalf, waarna het dikke schuim,
waarmeê de oppervlakte bedekt was, en dat men bovengest
noemt, naar beneden zinkt, en daar een' slijmachtigen droesem
of drab vormt, welke onder den naam van ondergest bekend is,
2