Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'13
zuur worden te voorkomen. De room, die er op komt,
wordt er tweemaal daags afgeschept en in een vat be-
waard , tot er genoeg is om ze te karnen. Dit geschiedt
in eene karn of karnton, en beslaat alleen in een aanhou-
dend klotsen van den room. De karn is een vat, dat van
boven veel naauwer is dan beneden. Hierbij behoort een
karnstok , zijnde een houten stok , waaraan zich van onderen
eene ronde schijf met verscheiden gaten bevindt, en die zoo
groot is dat zij in de karn gestoken kan worden. Somtijds
echter bevindt zich aan het benedeneinde van den karnstok
geen schijf, maar twee kruislings over elkander gespijkerde
latten. Nog behoort bij de kam een deksel, datjuistinde
opening van deze sluit, en in het midden een gat heeft,
dat den karnstok doorlaat. Wanneer de boer nu karnen
wil, doet hij den verzamelden room met eenig warm water
in de karn, en begint dan den karnstok aanhoudend op-en
neêr te bewegen, waardoor de schijf, die zich aan het on-
dereinde van den stok bevindt, in den room op- en neêr
plompt. Daardoor ontstaan eerst kleine korreltjes boter,
die zich aan elkander hechten en klompen vormen, welke
na het karnen uit de overgebleven vloeistof genomen
worden. Om dit ontstaan van boter door het karnen regt
te begrijpen, moet men in het oog houden, dat in de
melk, zoo als ze van de koe komt, uiterst fijne kogeltjes
zweven, die uit een vliesje of huidje van melk bestaan, ge-
vuld met eene vette, olieachtige stof Laat men de melk
staan, dan komen die bolletjes, omdat ze ligter zijn, boven
en vormen den room. Door het karnen worden de kogel-
tjes gebroken ; de huidjes barsten , en laten de vette vloeistof
vrij, die nu het voorkomen van boter aanneemt.
Als de boter uit de karn genomen is, bevinden zich tus-
schen de korreltjes , waaruit de klompen bestaan, nog vele
melkdeelen.
Deze moeten er van afgezonelerd worden , omdat anders de
boter niet goed blijft en sterk zoude worden. Daarom wordt
de boter in zoogenoemde botervloten of bouwvloten met
water gekneed, en het water, dat door de melk wit gekleurd