Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'11
BOEKWEIT.
Geschiedt de bereiding van de gort in het groot op pel-
molens, zoodat de grutter ze zelf niet bewerkt, maar ze alleen
verkoopt, niet alzoo met de boekweit, die thans aan de
beurt is.
jj Kent gij de boekweit ? Zij wordt hier te lande op zan-
Idige streken en op veengronden veel geteeld. De korrel,
ij die uit een grijsachtig meel bestaat, is besloten binnen eene
ijzwarte, harde en driekantige schil, die verwijderd moet wor-
cjden, wanneer men de boekweit als voedsel voor de menschen
^gebruiken zal. Dit geschiedt op den gruttersmolen. Gelijkt
de pelmolen met zijne wieken, die door den wind bewogen
worden, uiterlijk veel op den korenmolen , geheel anders is
dit met den gruttersmolen. Deze bevindt zich in eene schuur
of gebouw , dat zich door niets dan door bestoven glasramen
van andere gebouwen onderscheidt. De gruttersmolen wordt
Iook niet door den wind, maar door paarden bewogen, die ge-
blinddoekt in de rondte loopen, en alzoo een groot rad in
beweging brengen; het is dus een zoogenoemde rosmolen.
Daar de bast van de boekweit dik en taai is, kan hij er
niet van gescheiden worden, gelijk dat met de gerst ge-
schiedt, maar is het noodzakelijk de korrel te breken. Om
nu den bast minder taai te maken, wordt de boekweit, vóór
zij in den molen komt, sterk gedroogd, waartoe men zich
van zoogenoemde eesten bedient. Het zijn eene soort van
stookplaatsen , waar rook en vlam en dus ook de warmte,
eer zij in den schoorsteen komen, door een vrij lang ge-
metseld kanaal trekken moeten, dat p!at op den vloer gebouwd
is Dit kanaal is bedekt met platen doorgeslagen blik of met
dikke haren kleeden, waarop de boekweit wordt uitgespreid
om te droogen. Daardoor wordt de taaije schil bros, en dus
geschikt om gebroken te worden.
In een' gruttersmolen bevinden zich nooit minder dan twee
paar steenen, die door de benaming van breek- en maalsteenen
onderscheiden worden. Ze zijn bijna op dezelfde wijze ingerigt als
de steenen in den korenmolen, maar zijn merkelijk kleiner. De
breeksteenen moeten door wrijving de boekweit zoodanig
kneuzen, dat de doppen openspringen en de meelkorrel er