Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
105
waaraan de klok zal moeten worden opgehangen. Zij worden
stevig aan den mantel bevestigd en ook deze door daar omheen
gelegde ijzeren banden en staven versterkt; want nu moet
de mantel door behulp van eene kraan van het model wor-
den afgeligt; dan wordt het model stuk gesneden en ver-
wijderd, waarna men den mantel weder over de kern laat
zakken. Tusschen deze beide bevindt zich dus eene ruimte,
die, met metaal volgegoten, de verlangde klok oplevert.
De grondstof voor torenklokken is gewoonlijk eene soort
van brons, die onder den naam van klokmetaal of klokspijs
bekend is, en uit 80 deelen koper tegen 20 deelen tin
bestaat , terwijl men soms het tin gedeeltelijk door zink en
lood vervangt.
Voor kleinere stukken , zoo als geweerkogels en verschil-
lende voorwerpen, die door de tinnegieters vervaardigd wor-
den, bijv, tinnen lepels, maakt men gebruik van metalen
vormen, die uit twee deelen bestaan , die of op de wijze
van eene nijptang of schaar aan elkander verbonden zijn,
of die met pennetjes in elkander sluiten. Tusschen de beide
deelen bevindt zich dan, wanneer zij op elkander sluiten,
eene holligheid van dezelfde gedaante als het te gieten voor-
werp. Deze holligheid wordt door eene opening tusschen de
beide deelen met het gesmolten metaal vol gegoten , terwijl
men na de bekoeling de beide deelen van den vorm van
elkander verwijdert en het voorwerp er uit neemt.
MUNTEN.
Voor muntspeciën gebruikt men goud, zilver en koper.
De beide eerste metalen zijn daartoe bijzonder geschikt,
zoowel omdat zij als edele metalen niet roesten , als ook
omdat zij bij eene kleine ruimte eene groote waarde hebben.
Zij worden om dezelfde redenen, als vroeger vermeid , nooit
zuiver gebruikt, maar altijd met eenig koper vermcn2:d.
Van onzen gulden , rijksdaalder en halven gulden is het ge-
halte 945 duizendste deelen. Wat men daardoor verstaat»
hebt gij op bladzijde 98 gezien. Als ik u nu nog zeg ^
dat de gulden een lood weest en de beide andere geld«