Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'/
10-1
geschiedt steeds in kuilen, in de onmiddelijke nabijheid van
den smeltoven gegraven, en zoo diep, dat de geheel vol-
tooide vorm er niet boven uitsteekt, terwijl men het zoo
inrigt, dat de monding der klok beneden is, Daa'r waar
het midden van den vorm moet komen , slaat men een' paal
in den grond eu metselt daarom heen de zoogenaamde kern ,
die inwendig hol is , van buiten met leem bestreken wordt
en dan juist de gedaante moet ontvangen van het inwendige
van de klok.
Om de kern deze gedaante te geven, bezigt men eene
mal, die uit eene plank bestaat, die volgens het beloop
van het inwendige van de klok is uitgesneden. Deze mal
is van boven bevestigd aan eene ijzeren spil, die draaijen
kan benedenwaarts in het boveneinde van den paal , van
boven in een' balk, die dwars over den gietkuil gelegd is.
Deze mal, die om de kern rondgevoerd wordt, geeft hare
leembekleeding de juiste gedaante door al het overtollige
leem wog te strijken. Nu droogt men de kern, door in bare
holte vuur aan te leggen, en bestrijkt haar met eene pap
van gezeefde asch en water. Hierom heen komt eene nieuwe
leembekleeding, het model genoemd , die in dikfe en ge-
daante met de verlangde klok overeenkomt, en welke door
middel van eene tweede mal, die nu volgens het uitwendige
beloop der klok is uitgesneden, wordt afgedraaid. Nadat
ook dit gedeelte door verhitting van de holle kern is uit-
gedroogd , brengt men over het model eene dunne laag vet
met eenig was gemengd, en strijkt ook dit weder met de
mal effen en glad. Men kleeft daaraan (uit was , dat met
terpentijn kneedbaar gemaakt is,) de letters, figuren en het
beeldwerk vast, dat de klok uitwendig versieren moet, en
dat men vooraf in natte houten, gipsen of geel koperen vor-
men vervaardigd heeft.
Hierover heen wordt weder laagswijze leem gekneed en
alzoo de mantel vervaardigd, die daarop met eene derde
mal wordt afgedraaid. Bij de r-achte verwarming van de
kern, die nu volgt, smelt het was weg, maar laat de in-
drukselen in het binnenste van den mantel achter. Van de
opening, die nog boven in den vorm aanwezig is en die
met de holle kern in verband staat, maakt men gebruik
om er de vormen aan te brengen van de ringen of oogen ,