Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'103
teer of potlood bestreken worden en het voordeel aan-
bieden, dat zij meermalen gebruikt kunnen worden i maar
daarentegen het gesmolten metaal plotseling afkoelen en de
voorwerpen eene harde ruwe oppervlakte doen verkrijgen.
Moeten zij dan nog met vijlen of beitels bewerkt worden,
dan is men verpligt ze te temperen of zacht te maken.
Dit geschiedt door het voorwerp met een' slechten warmte-
geleider, zoo als met zand, asch en dergelijke stoffen te
omgeven, het dan te gloeijen en langzaam te laten afkoelen.
ïot het maken der vormen bezigt men gewoonlijk model-
len, die meestal van hout, maar soms ook van ijzer, lood
of steen gemaakt zijn. Hunne afmetingen moeten in de
meeste gevallen iets grooter zijn dan het voorwerp, dat er
naar gegoten zal zijn , omdat het gesmolten metaal bij het
stollen gewoonlijk iets krimpt. Voor eene eenvoudige plaat,
die slechts aan een* kant glad of met versieringen voorzien
moet zijn, wordt het model met de vlakke of versierde zijde
met kracht in het zand geperst; de bovenzijde van het giet-
sel valt dan gewoonlijk zeer ongelijk en hobbelig uit.
Wenscht men dit te voorkomen of moet ook de tweede
zijde versierd zijn, dan gaat men aanvankelijk op dezelfde
wijze te werk, maar bedekt de daardoor gevormde ruimte
met eene ijzeren plaat, die aan den onderkant vlak is of
die den indruk der verlangde sieraden bevat.
Voor een ijzeren gewigt, bijv. voor een' 50 ponder, ^er-
vaardigt men den vorm op de volgende wijze. Het model,
dat noch den ring bevat, noch de holligheid, waarin later
lood gegoten wordt, om het gewigt op zijne juiste zwaarte
te brengen , wordt met het smallere boveneinde naar beneden
in het zand gedrukt. Daarop steekt men een gesmeed ijze-
ren oog zoodanig in den bodem van de daardoor ontstane
uitholling, dat de uiteinden of klaauwen er boven uitsteken
en later door het vloeijend ijzer omringd worden. Om nu
de opening voor het lood uit te sparen , hangt men midden
in den vorm eene kern van gebrand leem, zoo groot als
die opening worden moet.
Het aangevoerde zal, hoop ik , u eenig denkbeeld geven
hoe men de vormen ook voor minder eenvoudige voorwerpen
zamenstelt. Nog een enkel woord over de wijze, waarop
men de vormen voor groote torenklokken vervaardigt. Dit