Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'102
uitgespaard Tan dezelfde gedaante als het voorwerp, dat
men vervaardigen wil. Niet elk metaal is echter even
geschikt om zoo in vormen gegoten te worden. Het moet
toch gemakkelijk genoeg smelten, na het stollen geen blazen
of holten vertoonen, en tevens vloeibaar genoeg zijn om al
de holligheid en verdiepingen van den vorm genoegzaam te
vullen.
Het gieten van het ijzer geschiedt of onmiddelijk uit den
hoogoven, waar het uit de ertsen is afgescheiden, of latei-
door eene opzettelijke omsmelting. De vormen worden meestal
in verdiepingen geplaatst, die in den vloer der werkplaats
zijn uitgegraven. Zij worden gevuld door middel van lepels ,
van geslagen ijzer vervaardigd en met leem bekleed, die 25
of 30 pond ijzer bevatten kunnen en door een' werkman
aan een' steel van eene el lang gedragen worden, of men
gebruikt keteWormige gietpannen, die 100 tot 200 pond
ijzer kunnen bevatten , en van twee draagstangen voorzien zijn.
Dikwijls laat men ook het gesmolten mptaal door geulen,
die in den grond gegraven zijn, onmiddelijk uit den oven
naar de vormen loopen. Deze geulen worden met koolpoeder
bestrooid, om de oxydatie van het gloeijende ijzer te voorkomen.
De vormen beslaan uit verschillende stolfen; meestal
bezigt men zoogenoemd vormzand, dat uit zand be-
staat, met slechts zoo weinig klei of leem vermengd, dat
het zich met water nog even laat kneden. De vorm moet
dan hier en daar doorboord zijn , om den waterdamp gele-
genheid te geven te ontsnappen, die uit het vochtige
zand te voorschijn treedt, als dat met het gloeijende ijzer
in aanraking komt. Dit vochtige vormzand heeft echter het
nadeel, dat het het ijzer aan zijne oppervlakte te snel af-
koelt, daardoor verhardt en ongeschikt is om met de
vijl bewerkt te worden. Wil men dit voorkomen, dan bezigt
men zand met veel meer leem, maakt daarvan den vorm
en droogt dien goed uit; dit kan door de aanwezigheid der
klei geschieden, zonder dat de vorm uit elkander valt,
terwijl zulk een vorm ook beter fijnere indrukken aanneemt,
en dus geschikter is voor sierlijk werk. Deze manier van
gieten is echter, wegens het tijdverlies door het uitdroo?;en *
veroorzaakt, kostbaarder dan wanneer men vormzand gebruikt.
Men bezigt ook ijzeren vormen, die dan inwendig met kool-