Boekgegevens
Titel: Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Auteur: Knuivers, T.; Helge, J.E.
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1864
2e, herz. en verm. dr; 1e dr.: 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1701 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205157
Onderwerp: Economie: industrie
Trefwoord: Natuurlijke stoffen, Industriële productie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Blikken op het gebied der technologie: een leesboek over handwerken en bedrijven
Vorige scan Volgende scanScanned page
'4
De molensteenen bestaan uit eene soort van harden steen,
die veel holligheden bezit; want de scherpe kanten van den
steen moeten de korrels aangrijpen en verbrijzelen , zonder
het meel veel te drukken , en daardoor meer dan noodig is
te verhitten. Door het malen toch wordt het meel altijd
merkelijk warm; maar dit moet zooveel mogelijk tegenge-
gaan worden , omdat het daardoor op elkander pakt, klon-
terig wordt, en de bakker er geen goed brood van bakken
kan. Meel, dat door het malen te veel verhit is, noemt
men dood gemalen.
Om het doodmalen van het meel te voorkomen , is het
vooral noodig dat de beide molensteenen op grooter of
kleiner afstand van elkander gebragt kunnen worden. Waait
het hard, zoodat de bovenste steen snel rondloopt, dan
brengt de molenaar ze verder van elkander, terwijl hij daar-
entegen den afstand der steenen vermindert, zoodra de
wind verflaauwt.
Ofschoon de molensteenen uit zich zeiven reeds ruw zijn,
worden ze evenwel nog ruwer gemaakt, door er kerven in
te hakken, die van scherpe kanten voorzien zijn. Men maakt
de kerven aan die zijden der beide steenen, welke naar elk-
ander toegekeerd zijn. Zij beginnen in 't midden en loopen
van daar met zekere bogten naar den omtrek, maar zóó dat
de kromming van de bogten in den looper juist tegenge-
steld is aan die in den legger, en dus gedurig de scherpe
kanten van de kerven in beide steenen elkander ontmoeten.
Wanneer de kerven door het gebruik hare scherpe kanten
verloren hebben, worden zij op nieuw uitgehakt; dit werk,
dat men billen noemt, wordt meestal door de molenaars
zelven gedaan. Zij gebruiken daartoe geen beitels, maar
hamers met scherpe kanten.
Wanneer de molen in werking is, worden de zakken met
graan door het gaande werk van den molen zelven in de
hoogte geheschen. Dan loopt het koren uit den zak in een'
bak, en uit den bak door middel van eene houten schuif,
de schoe of schoen genoemd, langzaam maar geregeld naar