Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: III
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1892
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205153
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
O
s.
Plaats de werkwoorden in den onyoltooid
tegenwoordigen tijd:
Kocht gij het brood bij den bakker op den hoek
van die straat? Liep de postbode eiken morgen en
eiken avond van Ylaardingen naar Schiedam? De
koopplan prijsde de koopwaren en de bezoekers
prezen den netten winkel. Legden de kippen veel
eieren? Ja, eiken avond lagen er wel tien eieren
in de nesten. Moeder zette ons zusje in den kinderstoel,
en daar zat het te spelen met den rammelaar. De
tuinlieden velden den dikken boom; daarna schilden
zij den stam. De herfst naderde: de dorre bladeren
vielen van de boomen. Het kind kwam te dicht bij
de kachel; daardoor zengde zijn jurkje. Gelukkig
brandde de kachel niet fel. Hij erfde veel geld en
bedierf zijne zaak door verkwisting. De vader strafte
zijnen zoon, omdat hij appels roofde uit den tuin
van buurman.
3.
Maak van deze werkwoorden het verleden
deelwoord:
ontmoeten
weggeven
overhooren
overmaken
uitblijven
oversteken
tegenwerken
doorhalen
bijkomen
beleven
achterblijven
verwerken
óverleggen
overléggen
voorzeggen
voorzeggen
doorrijden
doorrijden
misloopen
wantrouwen
mishandelen
naapen
onderhouden
onderhouden