Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: III
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1892
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205153
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
als een ondankbare. Zoo hij u beleedigd heeft,
zult gij hem wel willen vergeven. Hoe dikwijls denk
ik nog aan mijne goede dochter. Nooit deed zij mij
verdriet aan , altijd was zij even bezorgd voor mij ,
nimmer ontbrak haar de lust, mij behulpzaam te
zijn. Is dit het huis, dat hij u verkocht heeft?
Indien ik in uwe plaats was, zou ik het laten
vertimmeren. Het is veel te vochtig en te ongezellig.
Ik geloof niet , dat gij ziek geweest zijt. Hij zegt,
dat hi] u heeft zien loopen. Slaapt hij op een veeren
bed ? Zij heeft mij het nieuws verteld, maar zij ge-
loofde er zelve niets' van. Zij deelde mij mee, dat
ik morgen bij hem moet komen. Hij heeft u beloofd,
dat gij hem te Scheveningen zoudt spreken. Vroeg
ik u niet, of gij mij op mijne reis vergezellen wildet ?
Is dit paard van hem ? Ik zal het wat haver geven;
het staat al te lang zonder eten.
lO?.
Maak de persoonlijke voornaamwoorden in deze
zinnen enkelvoudig :
W^ij groeten hen , als wij naar school gaan. Zij
zonden ons de boeken terug , die wij hun geleend
hebben. Ziet gij de koeien? Zij loopen in de weide;
^^ij brengen haar morgen op stal ; de regen en de
wind doen haar te veel kwaad. De schapen kunnen
w^el buiten blijven : zij hebben een warm pak aan ;
de koude deert hen niet gauw, en de kale weide
verschaft hun nog lang voedsel. Zij zoeken veel
meer dan de koeien. Hoort gij de officieren? Zij
staan voor de soldaten en geven hun onderricht in