Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: III
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1892
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205153
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
ff
7
58
.enk., 3e nv.), dat (3e pers., vrouw., enk., ie nv.) (3e
pers., onz., enk., 4e nv.) niet zien kan. (3e pers., meerv.,
Ie nv.)moeten (3e pers.,onz.,enk.,4e nv.) (Ie pers., enk.,
3e nv.) niet kwalijk nemen, dat (iepers., meerv.,le nv.)
(3e pers., mann., meerv., 4e nv.) niet bezocht hebben,
toen (3e pers.,meerv.,1e nv.) ziek waren."\Veet (2e pers.,
Ie nv.) niet, dat (Ie pers., enk., Ie nv.) (3e pers., onz.,
^nk., 4e nv.) (2e pers., 3e nv.) gisteren gezegd heb ?
Zult (2e pers., Ie nv.) (3e pers., onz., enk., 4e nv.)
{3e pers.,vrouw., meerv., 3e nv.) zeggen, dat (Ie pers.,
•enk.,1e nv.) (3e pers.,vrouw., meerv., 4e nv.) verwacht?
(3e pers., meerv., Ie nv.) bewijzen (Ie pers., meerv.,
3e nv.) dat (Ie pers., meerv., Ie nv.) ongelijk hebben.
Hoe bevalt (3e pers., onz., enk., Ie nv.) (2c pers.,
3e nv.)? (2e pers., 3e nv.) vertrouwt (3e pers., vrouw.,
enk., Ie nv.) dit toe. Indien (2e pers., Ie nv.) naar
<le pers., enk., 4e nv.) luistert, zal (3e pers., onz.,
^nk., Ie nv.) (2e pers., 3e nv.) goed gaan.
106.
Haak de persoonlijke voornaamwoorden in deze
zinnen meerToudij?:
Ik acht hem, omdat hij zich altijd flink gedraagt.
7ij heeft u altijd als eene moeder verzorgd; hoe
zoudt gij nu zoo ondankbaar kunnen zijn en haar
aan haar lot overlaten , nu zij zich zelve niet meer
verzorgen kan ? Ziet gij dat kind ? Kan het zich
zelf grootbrengen ? "Welnu, zoo hulpbehoevend zijt
gij ook geweest. Door haar zijt gij , wat gij zijt ;
haar hebt ge alles te danken. Gedraag u dan niet