Boekgegevens
Titel: Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Deel: III
Auteur: Hout, J. van der; Brouwer, W.
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1892
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1733 : 4e dr. (dl III)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205153
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Oefeningen in het zuiver schrijven der Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
meerv., Ie nv.) gprust aannemen. Het is (Ie pers.^
enk., 3e nv.) niet bekend, dat (ie pers., enk., Ie nv.)
(ie pei-s. enk., nv.) vergist heb. (2e pers. enk.^
Ie nv.) zult er (2e, pers enk., 4e nv.) aan moeten
gewennen, dat ('e pers., enk., Ie nv.) (2e pers. enk.,.
3e nv.) telkens rondiiit de waarheid zeg.
104.
Oni te ontleden:
If/j schrijft eenen brief. Zij' draagt eene japon.
Vader geeft /ie?n een boek. Die japon past haar.
Piet zit bij hem. Moeder roept haar.
Sprekende van het kind bijv.:
Het leest reeds.
Meester gaf het eene pen.
Ik prijs het.
Zij gaan heden naar Rotterdam.
Wij beloven hun [haar) speelgoed.
Ik verwacht hen (haar).
lOd.
Tul de Tornien in, die tusschen () aangewezen worden:
(Ie pers., enk., Ie nv.) geef (3e pers., mann., enk.^
3c nv.) een boek. Mijn vriend schrijft (Ie pers., enk.,-
3c nv.) eenen brief, (ie pers., meerv., Ie nv.) brengen
(3e pers. vrouw., enk., 3e nv.) de boeken, die (3e pers.,
meerv., ie nv.) (ie pers., meerv. 3e nv.) gezonden
hadden. (2e pers. ie nv.) moet (2e pers., 4env.) ordelijk
gedragen. (3e pers., onz., enk., ie nv.) spijt (ie pers.^